Hoe je met schaarse capaciteit maximaal effect bereikt met het Nationaal Programma Onderwijs

De Corona-crisis trekt diepe sporen in het onderwijs. Leerlingen en leraren gaan door een jojo van lock-downs, thuisonderwijs en toch weer naar school. Ondertussen lopen de achterstanden in het hele onderwijs op en dat raakt kwetsbare kinderen het hardst.

De overheid komt in actie met het ‘Nationaal Programma Onderwijs’ met forse financiële ondersteuning. Maar het zijn de schoolleider en de leraren die het verschil maken. Een blik leraren opentrekken? Vergeet het maar met het lerarentekort. Wat dan? De oplossing ligt in het kiezen voor die interventies die, binnen de schaarse tijd van leraren, het meeste opleveren. Welke interventies zijn dat?

De overheid komt te hulp: het Nationaal Programma Onderwijs
Het goede nieuws is dat de overheid scholen te hulp schiet met het Nationaal Programma Onderwijs. Met het Nationaal Programma Onderwijs wordt een enorm bedrag geïnvesteerd; € 8,5 miljard voor de komende 2,5 jaar.Elke school die met een goed plan komt dat gebruik maakt van effectief bewezen interventies krijgt geld. Die keuzes moeten breed gedragen zijn binnen de scholen, onder meer met instemming van de medezeggenschapsraad. Leraren en schoolleiders zijn daarmee aan zet. Geld zat dus. Maar daarmee is er niet vanzelf een oplossing.We weten allemaal dat een goede leraar voor de klas het verschil maakt, onderzoek na onderzoek toont dat aan. En die goede leraren, laat daar nou net een tekort aan zijn. Bovendien zijn die leraren moe, na een schooljaar ‘vol gas’ gaan met Corona. Je kunt proberen op een andere manier capaciteit te regelen. Bijvoorbeeld bijles door studenten, inzet van vrijwilligers, inschakelen van externen. Maar uiteindelijk maakt een sterke leraar voor de klas het verschil. Je zult dus moeten woekeren met schaarse leraar-capaciteit. Hoe doe je dat?

Hoe ga je om met schaarse capaciteit?
Door dát te doen dat het meeste oplevert. Zo simpel is het: keuzes maken. Maar wat levert het meeste op?

Er zijn drie dingen die het verschil maken:

  1. Een sterk lerarenteam op een school met een verbetercultuur
  2. Gebruik van ‘evidence informed’ technieken in de klas
  3. Extra maatregelen gericht op achterstanden

1. Een verbetercultuur op school
Onderzoek laat zien dat scholen die meer leerwinst bereiken met hun leerlingen een verbetercultuur hebben. Een cultuur waarin leraren van elkaar leren en samen met hun schoolleider en leerlingen elke dag het onderwijs een beetje beter maken. Dit constateren zowel de Onderwijsinspectie als McKinsey. Beiden deden onderzoek naar de grote verschillen in leerwinst tussen Nederlandse scholen.

 

Wat ziet de Inspectie leraren doen op scholen met zo’n cultuur? Die zorgen voor een goed lesklimaat, hun leskwaliteit is goed en ze gebruiken technieken zoals formatief handelen. Allemaal technieken die je terugvindt in boeken over ‘evidence informed’ onderwijs zoals ‘Op de schouders van reuzen’, ‘Wijze Lessen’ en ‘Klaskit’.Zo’n cultuur creëren klinkt eenvoudig, maar kan in de praktijk pittig zijn. Onderzoek van de Universiteit Utrecht op 231 scholen die werken met het leerKRACHT-programma laat zien dat het kan. De onderzoekers constateren dat daar binnen één jaar een lerende cultuur ontstaat en dat leraren aantoonbaar beter worden in hun vak. Wat doen leraren die aantoonbaar meer bereiken met hun leerlingen? Daar kan onderzoek meer over vertellen.
 

2. Gebruik van evidence informed technieken in de klas
Wat werkt? Onderwijsonderzoeker Pedro De Bruyckere zegt er dit over: “Niet alles werkt en niets werkt altijd in het onderwijs”. Wat Pedro hiermee zegt is dat onderzoek je kan helpen keuzes te maken (‘evidence informed’), maar dat je er niet blind op kunt vertrouwen (‘evidence based’). Toch is de consensus van onderzoekers dat er wel degelijk lessen getrokken kunnen worden uit wat leraren doen die met hun leerlingen meer leerwinst realiseren. Als je boeken als Klaskit van Pedro de Bruyckere of Wijze Lessen van Paul Kirschner erbij pakt, zie je al snel overeenkomsten: activeer relevante voorkennis, leer je leerlingen effectief leren, evalueer en geef feedback, et cetera.Onderzoek van de Engelse Education Endowment Foundation (EEF) laat het potentiële effect zien van deze en andere interventies. Zij constateren dat veel niet werkt, maar een aantal dingen wel degelijk. Sterker nog: het toepassen van interventies als feedback, zelfregulatie en het versterken van leesvaardigheid, kunnen leerlingen maanden leerwinst per jaar opleveren.

3. Extra maatregelen gericht op onderwijsachterstanden
Je kunt niet alles. Hoe bepaal je dan waar je mee aan de slag gaat? Bij die keuze zijn twee dingen belangrijk:

  • Welke interventies leveren de meeste leerwinst op?
  • Welke interventies kosten leraren de minste tijd?

Het goede nieuws is dat hier net onderzoek naar is gedaan. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) publiceerde het onderzoek ‘Onderwijsachterstanden voorkomen en verkleinen’ van onderzoeksinstituut LEARN! van de Vrije Universiteit. De onderzoekers keken naar de interventies waar de meeste scholen voor kozen in het eerdere programma van het ministerie van onderwijs voor het terugdringen van achterstanden. Uit hun onderzoek komen drie interventies die veel opleveren: peer tutoring (met name in het VO), één op één begeleiding en professionalisering van leraren. En een aantal die relatief veel tijd kosten maar weinig effect bereiken: verlengde schooldagen en zomerscholen.

Hoe maak je keuzes met je team
Het Nationaal Programma Onderwijs geeft je veel financiële armslag. Maar hoe zet je die in?

Je kunt besluiten te kiezen voor de korte termijn. Met ‘extra maatregelen’ zoals zomerschool of extra begeleiding. Maar dan missen jullie en je leerlingen kansen. Kansen om met evidence informed te werken aan jullie lespraktijk en meer leerwinst. Kansen om met een verbetercultuur op school de werkdruk aan te pakken en het onderwijs structureel beter te maken.

Bron: Wij-leren

Let op: Google Workspace risicovol in het onderwijs

Let op: Google Workspace risicovol in het onderwijs

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat onduidelijk is of persoonsgegevens in Google Workspace (voorheen Google Suite for Education) voldoende beschermd zijn. Dat staat in een advies van de privacytoezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP) waarover het FD gisteravond publiceerde.

Verschillende onderwijsorganisaties onderzoeken samen de precieze consequenties van dit advies voor het onderwijs. De VO-raad doet een dringend beroep op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van Google om de privacy van leerlingen en studenten goed te waarborgen en per ommegaande in gang te zetten dat de risico’s worden weggenomen. Google laat in een reactie in het FD weten ‘te verwachten de tekortkomingen snel op te kunnen lossen’.

Het advies van de AP over het gebruik van Google in het onderwijs volgt op een aanvraag daartoe van SURF en SIVON, namens de onderwijssector, in maart 2021.

Bron: VO-raad