Subsidie ‘Extra hulp in de klas’ aan te vragen in mei

Zoals in een eerder bericht was aangekondigd, is deze week de verlengde subsidieregeling ‘Extra hulp in de klas’ gepubliceerd. Via deze regeling kunnen scholen subsidie aanvragen voor de inzet van (extra) personeel, bedoeld om de continuïteit van het onderwijs te bevorderen en de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen.

Scholen kunnen de subsidie bijvoorbeeld inzetten voor het benoemen van leraren, onderwijsassistenten en/of instructeurs. Daarnaast kan het geld ook worden gebruikt voor het laten geven van gastlessen, het inzetten van studenten of het inzetten van personeel dat toeziet op naleving van coronamaatregelen.

Voor het voortgezet onderwijs is opnieuw een bedrag van 56 miljoen euro beschikbaar, met een maximum van 62 euro per leerling.

Aanvragen en voorwaarden 

De subsidie kan worden aangevraagd via de aanvraagtool bij Dus-i. De aanvraagperiode loopt van 1 mei 2021 tot en met 1 juni 2021 en dient net als de vorige keer te geschieden via de penvoerder van de RAP-regio waarin de school zich bevindt. Scholen die nog geen onderdeel vormen van een regio kunnen zich, ook alleen voor deze aanvraag, aansluiten bij de betreffende regio.

De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2021. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten passend bij het doel van deze regeling.

Lees meer over het aanvragen en de voorwaarden van de subsidieregeling

Bekijk de subsidieregeling ‘extra hulp in de klas’

Bron: VO-raad

De Talent en Motivatie Analyse (TMA), een Zwitsers zakmes voor al je duurzame inzetbaarheidsvraagstukken

De Talent en Motivatie Analyse (TMA), een Zwitsers zakmes voor al je duurzame inzetbaarheidsvraagstukken

In theorie is het heel simpel. Iedere organisatie – bedrijf, ziekenhuis of school, maakt niet uit – presteert beter als haar management erin slaagt om talent te vinden, te ontwikkelen en te behouden.                                                                                                                               

Maar de praktijk is natuurlijk weerbarstiger.  

Omdat we steeds langer moeten doorwerken blijft de gemiddelde leeftijd van leerkrachten en docenten maar stijgen. Door allerlei ontwikkelingen stijgt ook de werkdruk en het ziekteverzuim nog steeds én als klap op de vuurpijl wordt het aantal mensen dat voor de klas wil staan steeds lager.

 Én wat krijg je als leidinggevende in het onderwijs dan te horen van Den Haag? Je moet zorgen dat je werknemers duurzaam inzetbaar zijn en dan volgen er een partij buzz woorden waar je niets mee kan.

 Je werknemers moeten wendbaar, gemotiveerd en veerkrachtig zijn… Ga dat maar eens voorleggen aan iemand van 48 die al 25 jaar voor de klas staat, mantelzorg verleent, oppast op de kleinkinderen en al dan niet terecht gek wordt van alles wat zo nodig continue moet veranderen. Ze zien je aankomen!

 Sterker nog, je loopt het risico dat je medewerkers boos worden omdat je – ongewild en onbewust – insinueert dat ze het nu niet goed doen. Hoe zou je het zelf vinden als je leidinggevende tegen je zou zeggen dat je meer wendbaar, gemotiveerd en veerkrachtig moest worden?

 Maar wat dan? Als je niets doet worden je problemen met het vinden, behouden en ontwikkelen van de juiste mensen alleen maar groter.

 Wij hebben – door schade en schande – geleerd dat mensen niet te horen willen krijgen waar ze niet goed in zijn. Dat levert alleen maar meer stress op. Waarmee je dus het tegenovergestelde bereikt van wat je wilt. 

 Mensen willen positief benaderd worden. Mensen willen gewaardeerd worden voor waar ze goed in zijn. Dat is namelijk waar ze energie van krijgen. 

 Wij helpen scholen om zicht te krijgen op de talenten, drijfveren en motivatie van hun leerkrachten en leidinggevenden. Want begrijpen waar je goed in bent en waar je toegevoegde waarde kunt leveren geeft veerkracht.  

 Wij gebruiken daarvoor de Talent en Motivatie Analyse (TMA). De TMA is een wetenschappelijk onderbouwd diagnostisch instrument voor talenten- en competentieonderzoek. Het biedt een basis voor coaching, persoonlijke en teamontwikkeling.

 Met de TMA worden 22 drijfveren en 44 talenten in kaart gebracht. De TMA kijkt naar gedragskenmerken zoals eigenwaarde, sociale empathie, motivatie, ambitie en uitdaging. De TMA brengt talenten, motieven en competenties in beeld. Uniek aan deze methode is dat we een relatie leggen tussen de drijfveren en talenten en de ontwikkelbaarheid van 48 van de 53 onderkende competenties. 

 Het TMA maakt een onderverdeling in 6 talentengebieden:

·        emotionele balans

·        motivatie

·        sociale talenten

·        beïnvloedende talenten

·        leidinggevende talenten 

·        organisatorische talenten 

 De talentgebieden bieden een perfecte leidraad voor een gesprek over de inzetbaarheid van je medewerker. Als je eenmaal weet waar iemands unieke talenten liggen, dan kun je ook veel beter gebruik maken van deze talenten binnen de school. Medewerker happy én school happy.

 Een TMA-traject omvat:

·        de online professionele en uitgebreide TMA analyse.

·        een persoonlijk gesprek met een concreet advies waar de talenten, competenties en ideale werkomgeving van de medewerker zich bevinden.

·        een persoonlijk rapport met de resultaten van de analyse inclusief achtergrondinformatie. 

De resultaten van de analyse kunnen vervolgens op allerlei manieren worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan (team) coaching, pop-gesprekken en taakbeleid. TMA biedt instrumenten om op alle niveaus van de organisatie het gesprek te voeren over inzet van talenten én maakt het mogelijk om de competenties van jouw mensen professioneel te organiseren. Een Zwitsers zakmes dus!

Bron: Kiem Institute

Nationaal Programma Onderwijs kost meer tijd; Onderwijs OMT

Nationaal Programma Onderwijs kost meer tijd; Onderwijs OMT

Het OMT Onderwijs adviseert het ministerie van OCW om de planning van het Nationaal Programma Onderwijs te heroverwegen en uit te breiden. Als scholen langer de tijd hebben om middelen gericht in te zetten kan er gewerkt worden aan duurzame verbetering, aldus de groep wetenschappers.

Het is volgens het OMT Onderwijs – een groep van onafhankelijke wetenschappers op het gebied van onderwijs en kansenongelijkheid – waardevol dat scholen is gevraagd de gevolgen van de schoolsluiting voor leerlingen in kaart te brengen en dat er gestuurd wordt op wetenschappelijk gefundeerde interventies. Tegelijkertijd plaatst hij kanttekeningen bij de huidige opzet: het Nationaal Programma Onderwijs heeft een looptijd van 2,5 jaar en scholen staan voor de lastige taak om in korte tijd tot weloverwogen keuzes te komen. Het OMT Onderwijs adviseert om scholen langer de tijd te geven om de middelen gericht in te zetten, zodat er gewerkt kan worden aan duurzame verbetering.  

Twee sporen

Scholen zouden volgens de wetenschappers moeten kunnen opereren langs twee sporen. Het eerste spoor is gericht op de korte termijn, waarbij snel hulp wordt geboden aan leerlingen die dat nu het hardst nodig hebben, zoals nu ook al gebeurt. Een tweede, aanvullend spoor kan gericht zijn op een iets langere termijn. De huidige planning van 2,5 jaar maakt het uitvoeren van het tweede spoor lastig, aldus het OMT Onderwijs. ‘Iets meer tijd nemen zal uiteindelijk leiden tot een beter afgewogen keuze waarmee de kans groter wordt dat de interventie de gewenste effecten heeft.’

 Ook de VO-raad is er voorstander van scholen langer dan 2,5 jaar de tijd te geven om zo in te kunnen zetten op duurzame verbetering van het onderwijs. Het is belangrijk dat het programma ruimte biedt voor evaluatie en eventueel bijstellen van schoolprogramma’s. De VO-raad pleit voor een solide ontwerp van de monitoring van (de effecten van) het Nationaal Programma Onderwijs en maakt zich daarnaast hard voor structurele middelen om de onderwijskwaliteit blijvend naar een hoger plan te tillen.  

 Werking van interventies

Ook adviseert de groep wetenschappers het ministerie om scholen op korte termijn meer ondersteuning te bieden bij het maken van een analyse en de keuze voor interventies. Ook moet volgens hen aandacht besteed worden aan de werking van interventies: niet alleen de keuze voor een mogelijke interventie, maar vooral de vraag wat maakt dat deze interventies werken (of juist niet) is cruciaal voor een succesvolle implementatie, aldus het OMT Onderwijs. 

 Bron: VO-raad

Gebruik gesprekswijzer voor het gesprek met ouders en leerlingen over de impact van Corona

Gebruik gesprekswijzer voor het gesprek met ouders en leerlingen over de impact van Corona

Hoe staan leerlingen ervoor en wat hebben zij nodig om goed verder te gaan? Om dit goed te bespreken met ouders en leerlingen heeft ‘samen zijn wij school’ een gesprekswijzer ontwikkeld voor scholen.

Scholen brengen momenteel in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs in kaart wat op leerling- en schoolniveau nodig is om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen op te vangen. Voor deze analyse kunnen gesprekken met leerlingen en ouders van meerwaarde zijn; ze leveren extra, vaak waardevolle kennis op over hoe het met een leerling gaat en waar hij/zij behoefte aan heeft. Is bijvoorbeeld sprake van leervertraging of verminderde motivatie, en hoe gaat het op sociaal-emotioneel vlak? Zijn er specifieke zorgen en is speciale ondersteuning nodig?

Daarnaast kunnen dit soort gesprekken de ouderbetrokkenheid en de samenwerking tussen school en ouders verder versterken, zowel als het gaat over het opvangen van de gevolgen van corona als over de langere termijn. 

Lees de gesprekswijzer ‘impact corona’.

Bron: VO-raad

Berekening budget voor starters en schoolleiders toegevoegd aan model aanpak werkdruk 2021/2022

Berekening budget voor starters en schoolleiders toegevoegd aan model aanpak werkdruk 2021/2022

Het model voor de berekening van de extra middelen voor aanpak werkdruk is uitgebreid met een berekening van het budget voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. Door beide budgetten in een model samen te brengen, heb je per school direct overzicht welke bedragen beschikbaar zijn en onderwerp zijn van gesprek met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad.

De prestatieboxmiddelen worden per 1 augustus 2021 op een andere wijze verstrekt. Dit geld komt voor een deel naar de schoolbesturen via de lumpsum en voor een deel via een specifieke regeling voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding. Voor de inzet van deze middelen moet net als voor de middelen voor de aanpak van werkdruk een bestedingsplan ter instemming worden voorgelegd aan de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (P-MR). Dit vindt plaats nadat hierover het gesprek heeft plaatsgevonden tussen bestuur, schoolleider en team. Meer hierover lees je in dit nieuwsbericht en in de eerste regeling bekostiging personeel 2021-2022.

In het model Werkdruk en starters/schoolleiders vind je de actuele bedragen voor de aanpak van werkdruk. Het model heeft geen bestedingsplan voor de middelen professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding omdat hieraan door het ministerie van OCW geen vormeisen zijn gesteld.

Ten aanzien van de middelen voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders is het overigens niet zo dat de middelen per se binnen de school moeten worden uitgegeven. Het kan zijn dat met instemming van de P-MR wordt besloten middelen op bestuursniveau in te zetten omdat zo meer bereikt kan worden op het gebied van professionalisering en begeleiding van startende leraren en schoolleiders.

Indien (een deel van) de besteding van de middelen op bestuursniveau wordt ingezet, dient hier instemming voor te zijn van alle P-MR-en. Alleen afstemming met en instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is onvoldoende.

Bron: PO-raad

14 miljoen zelftesten onderweg naar scholen

14 miljoen zelftesten onderweg naar scholen

Vanaf vandaag komen er miljoenen zelftesten beschikbaar voor basisscholen, middelbare scholen en scholen voor speciaal onderwijs. Hiermee kunnen  besmettingen sneller worden opgespoord en uitbraken zoveel mogelijk worden voorkomen. Binnen twee weken zijn alle scholen voorzien van zelftesten voor ongeveer twee weken. Daarna worden er elke week nieuwe sets testen geleverd. In totaal gaat het om 14 miljoen zelftesten tot aan de zomervakantie.

De zelftesten zijn een aanvulling op de al bestaande maatregelen op scholen, zoals afstand houden, handen wassen en thuisblijven bij klachten. Het afnemen van zelftesten is altijd vrijwillig.

Testen voor onderwijspersoneel

De zelftesten worden preventief ingezet voor onderwijspersoneel. De testen worden ook beschikbaar gesteld voor het personeel van de kinderopvang als de opvang in hetzelfde gebouw zit als de school. Personeelsleden kunnen de test twee keer per week thuis uitvoeren wanneer ze geen klachten hebben. De testen zijn eenvoudig af te nemen, doordat ze minder diep de neus in gaan dan de reguliere coronatesten in de GGD-teststraat.

Duidelijkheid

Zo hebben de docenten snel duidelijkheid en kunnen ze met een gerust hart voor de klas staan. Wie positief test, gaat in quarantaine en maakt een afspraak bij de GGD voor een reguliere test. Deze test bij de GGD is nodig ter verificatie en voor de start van het bron- en contactonderzoek. In de GGD-teststraat heeft onderwijspersoneel prioriteit, zodat de uitslag snel bekend is.

Testen van leerlingen

Middelbare scholen krijgen vanaf vandaag ook testen geleverd voor het risicogericht testen van leerlingen en onderwijspersoneel. Dat betekent dat daar wordt getest op het moment dat er een besmetting op school bekend is. De zelftesten zijn voor leerlingen en leraren die wel afstand hebben gehouden tot de besmette persoon, maar bijvoorbeeld in dezelfde ruimte hebben gezeten.

Begeleider

Als er een besmetting is neemt de school contact op met de GGD om samen te bepalen wie de nauwe contacten van de besmette persoon zijn en meteen naar huis gestuurd worden, om conform de regels in quarantaine te gaan en een test bij de GGD-teststraat te laten doen. Vervolgens stelt de school samen met de GGD vast welke leerlingen een zelftest kunnen afnemen. Ze worden daarbij ondersteund door een begeleider op school. Ouders moeten vooraf toestemming geven voor het zelftesten.

Voor meer informatie over zelftesten in het onderwijs ga naar: www.zelftesteninhetonderwijs.nl.

Bron: ministerie van het OCW