Zelftesten in en na de zomervakantie

Zelftesten in en na de zomervakantie

Het ministerie van OCW roept leerlingen en personeel van het voortgezet onderwijs op om ook in de zomervakantie zichzelf te testen: twee keer bij terugkomst van een (eventuele) binnenlandse of buitenlandse vakantie en twee keer voor de aanvang van het nieuwe schooljaar. Het is de bedoeling dat scholen de testen voor de vakantie aan hun leerlingen en personeel uitreiken. Op Zelftesten in het onderwijs is een flyer te vinden en sociale media uitingen die te gebruiken zijn voor voorlichting. Half augustus ontvangen scholen de informatie over het testen in het onderwijs na de zomervakantie.

Scholen voor het voortgezet onderwijs hebben de afgelopen weken het verzoek gekregen om hun leerlingen en personeelsleden voor de zomervakantie vier extra zelftesten mee naar huis te geven. De oproep is om twee keer na terugkomst van een (eventuele) binnenlandse of buitenlandse vakantie te testen én twee keer voor de eerste schooldag.

Ter ondersteuning van deze oproep is er een flyer voor leerlingen met informatie over het belang en de timing van zelftesten in de zomer. Scholen kunnen deze flyer printen en meegeven met de testen, of als pdf-bestand digitaal verspreiden onder de leerlingen. Daarnaast zijn er berichten beschikbaar die scholen via hun eigen sociale media schoolaccounts kunnen verspreiden.

Zelftesten na de zomervakantie

Op dit moment is nog niet bekend hoe er na de zomervakantie wordt getest in het onderwijs. Het is handig voldoende testen op voorraad te houden om na de zomer in ieder geval risicogericht te kunnen testen. Half augustus ontvangen de scholen informatie over het testen in het onderwijs na de zomervakantie.

Bron: AVS

Precieze bedragen Nationaal Programma voor scholen bekend

Precieze bedragen Nationaal Programma voor scholen bekend

Basisscholen en middelbare scholen kunnen vanaf vandaag inzien hoeveel geld ze precies krijgen voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs en wanneer dat wordt uitbetaald. Scholen die veel met achterstanden te maken hebben krijgen meer geld dan scholen waar dat minder speelt.

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs): ,,Alle scholen hebben plannen gemaakt voor komend schooljaar om achterstanden in te lopen. We weten dat sommige leerlingen als gevolg van corona meer vertraging hebben opgelopen dan andere. Bijvoorbeeld scholieren die tijdens de lockdown thuis niet geholpen konden worden met hun schoolwerk. Scholen die veel met achterstanden te maken hebben, krijgen daarom extra geld. Elke leerling moet de kans krijgen om zijn of haar talenten te ontwikkelen, ongeacht wie je ouders zijn of waar je woont.”

Primair onderwijs

Basisscholen krijgen voor volgend schooljaar minimaal circa 700 euro per leerling. Dit basisbedrag wordt in het primair onderwijs maandelijks in delen uitgekeerd. Het basisbedrag voor leerlingen op een speciale basisschool en het (voortgezet) speciaal onderwijs is hoger. Daarbovenop krijgen scholen met meer risico op achterstanden extra geld op basis van de CBS-indicator voor onderwijsachterstanden. Hoe groter het risico op onderwijsachterstanden op de school is, hoe hoger de extra bijdrage. Zo wordt rekening gehouden met verschillen tussen scholen en de verschillende opgaven waar zij voor staan.

Voorbeeld basisscholen

Fictief voorbeeld: een basisschool met 225 leerlingen met een relatief laag risico op achterstanden ontvangt circa 5.000 euro bovenop het vaste basisbedrag. Een zelfde basisschool met een relatief hoog risico op achterstanden krijgt aanvullend circa 200.000 euro.

Voortgezet Onderwijs

In het voortgezet onderwijs wordt er minimaal circa 700 euro uitgekeerd per leerling van het vwo, havo, mavo en het eerste en tweede leerjaar van basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo. Het basisbedrag per leerling van het praktijkonderwijs en het derde en vierde leerjaar van basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo is hoger. De 700 euro per leerling wordt in één keer in november 2021 uitbetaald. De rest van de middelen volgt in het voorjaar van 2022. Ook hier geldt dat scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden bovenop het basisbedrag extra geld krijgen op basis van de CBS-indicator.

Voorbeeld middelbare scholen

Fictief voorbeeld: een middelbare school met 1800 leerlingen met een relatief laag risico op achterstanden ontvangt circa 180.000 euro bovenop het vaste basisbedrag. Een zelfde middelbare school met een relatief hoog risico op achterstanden krijgt aanvullend circa 900.000 euro.

Menukaart

Om uit te rekenen wat het voor individuele scholen betekent, kunnen scholen terecht op www.NPOnderwijs.nl. Hier zijn de bedragen op schoolniveau te vinden. Met het geld kunnen scholen maatregelen uitvoeren van de eerder gepresenteerde menukaart. Scholen kiezen welke maatregelen passen bij de behoeften van hun leerlingen in samenspraak met ouders en leraren via de medezeggenschapsraad. In totaal is er voor de komende twee jaar 5,8 miljard euro beschikbaar voor het primair en voortgezet onderwijs.

Bron: VO-raad

Schoolleiders positief over het NP Onderwijs, maar gevaar voor arbitraire keuzes

Welke wet- en regelgeving verandert er in het nieuwe schooljaar?

De meerderheid van de schoolleiders vindt dat zij – in de relatief korte periode die zij daarvoor hebben – goede keuzes kunnen maken voor welke interventies zij kiezen om achterstanden van leerlingen weg te werken. Ruim een derde geeft aan dat zij (onder de tijdsdruk die zij ervaren) keuzes maken voor interventies die achteraf bezien mogelijk niet de juiste blijken te zijn of zelfs arbitrair/willekeurig zijn. Dat blijkt uit een representatief onderzoek uitgevoerd door DUO Onderwijsonderzoek & Advies dat in de periode 9 juni tot 14 juni 2021 is verricht onder 426 schoolleiders primair onderwijs.

Hoewel schoolleiders in het primair onderwijs positief zijn over het NP Onderwijs, vrezen veel schoolleiders wel dat het Nationaal Programma Onderwijs ‘een eenmalige investering is’ en niet leidt tot een structurele investering in het primair onderwijs. De meerderheid van de schoolleiders (68 procent) is positief over het NP Onderwijs. De groep die uitgesproken negatief is over het NP Onderwijs is relatief klein (6 procent).

De ‘reserve’ die schoolleiders aangeven gaan over drie punten: het niet structureel/duurzaam zijn van de investeringen in het primair onderwijs, de tijds- en werkdruk die het NP Onderwijs met zich meebrengt voor de school (er moet ‘snel en veel gebeuren’) en de bureaucratie (veel administratie en regels) rondom het NP Onderwijs.

Pittige planning met risico’s

Een relatief kleine groep schoolleiders (5 procent) geeft aan dat de planning van het ministerie goed haalbaar is en dat ze in staat zijn om goed overwogen/uitgebalanceerde keuzes te maken over wat zij wel en niet gaan doen om de achterstanden bij leerlingen weg te werken.

De meerderheid van de schoolleiders geeft aan de planning pittig (81 procent) of zelfs onhaalbaar (10 procent) te vinden. Ruim de helft van de schoolleiders (54 procent) vindt de planning van het ministerie ‘pittig’, maar geeft desondanks aan te verwachten dat zij goede/redelijk overwogen keuzes maken.

Ruim een kwart van de schoolleiders (27 procent) geeft aan de planning ‘pittig’ te vinden én geeft bovendien aan dat de keuzes die zij nu (onder tijdsdruk) maken achteraf bezien mogelijk niet de juiste zouden kunnen zijn. De groep schoolleiders (10 procent) die aangeeft dat de planning ‘onhaalbaar’ is, geeft bovendien aan dat de keuzes die zij nu maken (redelijk) arbitrair/willekeurig zijn.

Keuze interventies

Schoolleiders gaan vooral kiezen voor de volgende interventies: 1) Instructie in kleine groepen (les van één leerkracht aan groepjes van twee tot vijf leerlingen), 2) Professionalisering van leerkrachten om de interventies te kunnen uitvoeren en 3) Een-op-een begeleiding (intensieve individuele begeleiding van de leerlingen door de leerkracht) en 4) Interventies gericht op het welbevinden van leerlingen (verschillende interventies voor mentaal, emotioneel, gedragsmatig, lichamelijk en sociaal welzijn).

Voor de volgende interventies wordt niet of nauwelijks gekozen: 1) Verlenging van het schooljaar voor alle leerlingen, 2) Verlenging van de schooldag voor alle leerlingen en 3) Zomer- of lentescholen.

Bron: AVS

 

 

Investeren in bewegend leren – een krachtige manier om de NPO-financiering in te zetten

Investeren in bewegend leren - een krachtige manier om de NPO-financiering in te zetten

Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) heeft onlangs aangekondigd dat alle basisscholen in heel Nederland subsidie krijgen om de achterstand in het onderwijs als gevolg van de pandemie in te halen. Deze fondsen bieden scholen en onderwijzers de mogelijkheid om scholieren zowel binnen als buiten het klaslokaal te helpen. De achterstand is niet alleen cognitief, en het gaat ook niet alleen om lezen en schrijven.

Dit is waar Energy Floors waarde kan toevoegen. We geloven sterk in het concept van bewegend leren op een leuke, boeiende en interactieve manier. Bekijk hier ons aanbod.

Er zijn aanwijzingen dat bewegend leren de motorische en sociale vaardigheden verbetert, kinderen motiveert om meer te leren, het zelfvertrouwen verbetert en een sterker spiergeheugen activeert. Dit is vooral belangrijk gezien het feit dat het laatste jaar van thuisonderwijs en leren op afstand het sedentair gedrag en de schermtijd toenam.

The Gamer van Energy Floors is een interactieve energievloer op zonne-energie, geprogrammeerd met maar liefst 12 educatieve spellen die op de speelplaatsen van basisscholen kunnen worden geïnstalleerd.

De spellen vereisen verschillende vaardigheden van de scholieren, zoals geheugen, wiskunde en coördinatie. Een belangrijk voorbeeld is Spel 3: Tafel Trainer I en Spel 4: Tafel Trainer II, waarbij de vloer een vergelijking presenteert en scholieren moeten springen op het juiste antwoord voordat de timer afloopt. Scholieren kunnen alleen spelen, in een groep of met automatische spelers van het spel om de moeilijkheidsgraad te verhogen.

The Gamer is praktisch omdat hij wordt aangedreven door de zon, waardoor leraren de mogelijkheid hebben om de voordelen van hernieuwbare energie bij te brengen. The Gamer is ook fysiek erg krachtig omdat het reageert op lopen, tikken of springen en de leerervaring buiten het klaslokaal verschuift en scholieren actief houdt. Ze leren dus niet alleen, ze bewegen ook! Bewegend leren en spelend leren zijn effectief gebleken als het gaat om cognitief presteren, maar bieden ook het totaalpakket waarin je aan meerdere ontwikkelgebieden werkt.

Mirijam Schweppe, Principal bij CBS De Flambouw Nigtevecht heeft The Gamer in maart 2018 laten installeren. Ze zegt: “Het is nu je kans om The Gamer aan te schaffen, want vanuit de NPO-middelen is dit een echte must-have…bijvoorbeeld onder de buitenspeelactiviteiten, en als je een beetje creatief bent onder samen werken, samen leren, of digitale leermiddelen… Hij gaat voor langere tijd mee, is niet een interventie die je voor korte termijn inzet.”

Het inzetten van de NPO gelden voor The Gamer levert de volgende voordelen op:

·        Ideale financiering: The Gamer past als interventie binnen de NPO-criteria.

·        Verhoogt het aantal kinderen dat een school actief en gezond houdt.

·        Bewustwording van het belang van hernieuwbare energie.

·        Zet jouw school op de kaart als innovatieve en gezonde school.

Bekijk hier ons aanbod. Vraag een demo aan via gamer@energy-floors.com

Hoe je met schaarse capaciteit maximaal effect bereikt met het Nationaal Programma Onderwijs

De Corona-crisis trekt diepe sporen in het onderwijs. Leerlingen en leraren gaan door een jojo van lock-downs, thuisonderwijs en toch weer naar school. Ondertussen lopen de achterstanden in het hele onderwijs op en dat raakt kwetsbare kinderen het hardst.

De overheid komt in actie met het ‘Nationaal Programma Onderwijs’ met forse financiële ondersteuning. Maar het zijn de schoolleider en de leraren die het verschil maken. Een blik leraren opentrekken? Vergeet het maar met het lerarentekort. Wat dan? De oplossing ligt in het kiezen voor die interventies die, binnen de schaarse tijd van leraren, het meeste opleveren. Welke interventies zijn dat?

De overheid komt te hulp: het Nationaal Programma Onderwijs
Het goede nieuws is dat de overheid scholen te hulp schiet met het Nationaal Programma Onderwijs. Met het Nationaal Programma Onderwijs wordt een enorm bedrag geïnvesteerd; € 8,5 miljard voor de komende 2,5 jaar.Elke school die met een goed plan komt dat gebruik maakt van effectief bewezen interventies krijgt geld. Die keuzes moeten breed gedragen zijn binnen de scholen, onder meer met instemming van de medezeggenschapsraad. Leraren en schoolleiders zijn daarmee aan zet. Geld zat dus. Maar daarmee is er niet vanzelf een oplossing.We weten allemaal dat een goede leraar voor de klas het verschil maakt, onderzoek na onderzoek toont dat aan. En die goede leraren, laat daar nou net een tekort aan zijn. Bovendien zijn die leraren moe, na een schooljaar ‘vol gas’ gaan met Corona. Je kunt proberen op een andere manier capaciteit te regelen. Bijvoorbeeld bijles door studenten, inzet van vrijwilligers, inschakelen van externen. Maar uiteindelijk maakt een sterke leraar voor de klas het verschil. Je zult dus moeten woekeren met schaarse leraar-capaciteit. Hoe doe je dat?

Hoe ga je om met schaarse capaciteit?
Door dát te doen dat het meeste oplevert. Zo simpel is het: keuzes maken. Maar wat levert het meeste op?

Er zijn drie dingen die het verschil maken:

  1. Een sterk lerarenteam op een school met een verbetercultuur
  2. Gebruik van ‘evidence informed’ technieken in de klas
  3. Extra maatregelen gericht op achterstanden

1. Een verbetercultuur op school
Onderzoek laat zien dat scholen die meer leerwinst bereiken met hun leerlingen een verbetercultuur hebben. Een cultuur waarin leraren van elkaar leren en samen met hun schoolleider en leerlingen elke dag het onderwijs een beetje beter maken. Dit constateren zowel de Onderwijsinspectie als McKinsey. Beiden deden onderzoek naar de grote verschillen in leerwinst tussen Nederlandse scholen.

 

Wat ziet de Inspectie leraren doen op scholen met zo’n cultuur? Die zorgen voor een goed lesklimaat, hun leskwaliteit is goed en ze gebruiken technieken zoals formatief handelen. Allemaal technieken die je terugvindt in boeken over ‘evidence informed’ onderwijs zoals ‘Op de schouders van reuzen’, ‘Wijze Lessen’ en ‘Klaskit’.Zo’n cultuur creëren klinkt eenvoudig, maar kan in de praktijk pittig zijn. Onderzoek van de Universiteit Utrecht op 231 scholen die werken met het leerKRACHT-programma laat zien dat het kan. De onderzoekers constateren dat daar binnen één jaar een lerende cultuur ontstaat en dat leraren aantoonbaar beter worden in hun vak. Wat doen leraren die aantoonbaar meer bereiken met hun leerlingen? Daar kan onderzoek meer over vertellen.
 

2. Gebruik van evidence informed technieken in de klas
Wat werkt? Onderwijsonderzoeker Pedro De Bruyckere zegt er dit over: “Niet alles werkt en niets werkt altijd in het onderwijs”. Wat Pedro hiermee zegt is dat onderzoek je kan helpen keuzes te maken (‘evidence informed’), maar dat je er niet blind op kunt vertrouwen (‘evidence based’). Toch is de consensus van onderzoekers dat er wel degelijk lessen getrokken kunnen worden uit wat leraren doen die met hun leerlingen meer leerwinst realiseren. Als je boeken als Klaskit van Pedro de Bruyckere of Wijze Lessen van Paul Kirschner erbij pakt, zie je al snel overeenkomsten: activeer relevante voorkennis, leer je leerlingen effectief leren, evalueer en geef feedback, et cetera.Onderzoek van de Engelse Education Endowment Foundation (EEF) laat het potentiële effect zien van deze en andere interventies. Zij constateren dat veel niet werkt, maar een aantal dingen wel degelijk. Sterker nog: het toepassen van interventies als feedback, zelfregulatie en het versterken van leesvaardigheid, kunnen leerlingen maanden leerwinst per jaar opleveren.

3. Extra maatregelen gericht op onderwijsachterstanden
Je kunt niet alles. Hoe bepaal je dan waar je mee aan de slag gaat? Bij die keuze zijn twee dingen belangrijk:

  • Welke interventies leveren de meeste leerwinst op?
  • Welke interventies kosten leraren de minste tijd?

Het goede nieuws is dat hier net onderzoek naar is gedaan. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) publiceerde het onderzoek ‘Onderwijsachterstanden voorkomen en verkleinen’ van onderzoeksinstituut LEARN! van de Vrije Universiteit. De onderzoekers keken naar de interventies waar de meeste scholen voor kozen in het eerdere programma van het ministerie van onderwijs voor het terugdringen van achterstanden. Uit hun onderzoek komen drie interventies die veel opleveren: peer tutoring (met name in het VO), één op één begeleiding en professionalisering van leraren. En een aantal die relatief veel tijd kosten maar weinig effect bereiken: verlengde schooldagen en zomerscholen.

Hoe maak je keuzes met je team
Het Nationaal Programma Onderwijs geeft je veel financiële armslag. Maar hoe zet je die in?

Je kunt besluiten te kiezen voor de korte termijn. Met ‘extra maatregelen’ zoals zomerschool of extra begeleiding. Maar dan missen jullie en je leerlingen kansen. Kansen om met evidence informed te werken aan jullie lespraktijk en meer leerwinst. Kansen om met een verbetercultuur op school de werkdruk aan te pakken en het onderwijs structureel beter te maken.

Bron: Wij-leren

Webinar achterstanden en rol medezeggenschap terugkijken

Webinar achterstanden en rol medezeggenschap terugkijken

Op 17 mei 2021 werd een webinar gehouden door Sterk Medezeggenschap, met medewerking van de sociale partners, waaronder de AVS. De webinar ging in op de (mogelijk) opgelopen achterstanden en de rol van de medezeggenschap bij het Nationaal Plan Onderwijs (NPO).

Klik hier om de webinar terug te kijken.

Bron: AVS

Klik op de afbeelding om te downloaden