Handhaving rookverbod op schoolterreinen

Handhaving rookverbod op schoolterreinen

Sinds 1 augustus geldt een rookverbod op schoolterreinen en moeten deze volledig rookvrij zijn. Vanaf 1 januari gaat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht houden op het rookverbod. In dit informatieblad gaat de NVWA in op veelgestelde vragen over handhaving van het rookverbod.

Wat wordt er van scholen verwacht?

Scholen moeten een rookverbod instellen, het rookverbod aanduiden en het rookverbod handhaven.

  • Het rookverbod instellen
    Scholen moeten maatregelen nemen om kenbaar te maken dat er een rookverbod geldt. Dit kunt je doen door erover te communiceren, bijvoorbeeld in een school- of studiegids of in de huisregels. Ook moeten scholen alles van het terrein verwijderen dat aanspoort tot roken, zoals rookpalen, asbakken en rokershoeken.
  • Het rookverbod aanduiden
    Scholen zijn verplicht om het rookverbod aan te duiden. Hoe dat gebeurt, bepaal je zelf, zolang maar duidelijk is dat op het terrein niet mag worden gerookt. Borden of posters, die op verschillende plekken op het terrein zijn geplaatst, kunnen hierbij helpen. Zo is het voor iedereen duidelijk dat het rookverbod op het gehele terrein geldt.
  • Het rookverbod handhaven
    Als iemand op uw schoolterrein rookt, dan ben je verplicht om die persoon daarop aan te spreken. Je moet het rookverbod dus actief handhaven.

Via de website rookvrijschoolterrein.nl kunnen scholen ondersteuning krijgen bij het rookvrij maken van hun schoolplein. Je vindt hier onder andere een toolkit, stappenplan en voorbeeldbrieven voor ouders.

Hoe gaat de NVWA toezicht houden?

Vanaf 1 januari 2021 start de NVWA met controles om na te gaan of onderwijsinstellingen het rookverbod op hun terreinen naleven. De eerste inspectie wordt vooraf aangekondigd. De inspecteur maakt een afspraak met degene die binnen de onderwijsinstelling verantwoordelijk is voor het rookbeleid. Tijdens de inspectie worden onder meer de volgende aspecten gecontroleerd:

  • Zijn er maatregelen getroffen die duidelijk maken dat er een rookverbod geldt, bijvoorbeeld aan de hand van fysieke en communicatieve maatregelen?
  • Is duidelijk zichtbaar dat er een rookverbod geldt op het terrein, bijvoorbeeld aangeduid via borden en tegels?
  • Zorgt de onderwijsinstelling ervoor dat het terrein rookvrij blijft? Met andere woorden, wordt er actief opgetreden als er wordt gerookt (rookverbod handhaven)? Wat is daarover afgesproken (beleid) en wat gebeurt er in de praktijk?

De inspecteur voert de inspectie uit binnen de op dat moment geldende RIVM-richtlijnen voor COVID-19. Als de inspecteur van de NVWA tijdens een inspectie constateert dat het rookverbod op het schoolterrein niet of onvoldoende is ingesteld, aangeduid of gehandhaafd is er sprake van een overtreding. Bij een eerste overtreding volgt een schriftelijke waarschuwing. Op een later moment (veelal binnen drie maanden) wordt een her-inspectie uitgevoerd om te kijken of de overtreding is opgeheven. Bij een herhaalde overtreding legt de NVWA een bestuurlijke boete op, beginnend bij €600. Wanneer je daarna vaker in overtreding bent, kan de hoogte van de boete oplopen tot €4.500 per overtreding. De interventie is gericht op de beheerder van het gebouw of de inrichting.

Vóór 1 januari 2021 publiceert de NVWA het aangepaste interventiebeleid op de website van de NVWA. Daarin staat hoe zij optreden tegen overtredingen van dit rookverbod. Bekijk voor meer informatie ook het informatieblad van het NVWA.

Bron: PO-raad

Duurzame inzetbaarheid

KIEM Institute BV helpt om onderwijstalent tot wasdom te brengen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de leraar en het team waarvan hij deel uitmaakt alles bepalend is voor de kwaliteit van het onderwijs. KIEM Institute begeleidt teams en individuen in het onderwijs bij het aanleren en eigen maken van nieuw gedrag dat past bij een sterke onderwijsorganisatie.

Duurzame inzetbaarheid
Dagelijks worden scholen geconfronteerd met o.a. lerarentekorten, ziekteverzuim en te hoge werkdruk. Vaak met beperkte middelen proberen zij te investeren in duurzame inzetbaarheid van hun leerkrachten. Maar welke interventies werken goed, wat levert het op en bovenal wat zijn de kosten?

Samen met TNO werken wij met een eenvoudige tool waarbij wij op een snelle en inzichtelijke manier kunnen aangeven welke productiviteitsverbeteringen u in €’s kunt bereiken met investeringen in Duurzame Inzetbaarheid.

Wist u dat de kosten van het werkelijk verzuim gemiddeld uitkomt op een factor van 2 maal het gerapporteerde verzuim?

Talenten en competenties in de klas
KIEM heeft een koppeling gemaakt tussen de TMA competenties en voorbeelden van concreet waarneembaar gedrag voor de klas (b.v. ICALT). Op deze wijze is voor het onderwijs zichtbaar hoe de talenten en drijfveren van leerkrachten in de praktijk uitwerken. Deze unieke combinatie leidt ertoe dat de voorspelbaarheid en ontwikkelbaarheid van bepaalde gedragingen van leerkrachten ten opzichte de kinderen in de klas toeneemt en daarmee ontstaat meer zicht en grip op de kwaliteit van lesgeven.

Nieuw personeel
Heeft u één of meer geschikte kandidaten op het oog? Ontdek dan met de Talent Motivatie Analyse (TMA) of de kandidaat bij uw school of organisatie past.

De TMA kunt u perfect gebruiken als onderdeel bij uw functionerings- en beoordelingsgesprekken. Met de uitkomsten van de TMA kunt u het gesprek aangaan over die onderwerpen waar de energie zit en heeft u een goed beeld welke opleidingen mogelijk het meest passend zijn voor de verdere ontwikkeling van uw medewerker.

Heeft u nog vragen, stuur dan een mail naar info@kieminstitute.nl of bel met Gerbrand van Enk (gsm 0646042590) of Robert Kunst (gsm 0642233244)

6 tips voor een aantrekkelijke speelplaats

“Je speelplaats groener en leuker maken hoeft niet veel te kosten”, zegt Katrijn Gijsel, medewerker van het project ‘Pimp je speelplaats’. “Je leerlingen voelen zich beter op een boeiende plek waar ze sporten, spelen en onbewust leren.” Hoe maak je je speelplaats aantrekkelijker? 6 tips.

  1. Groen ≠ decoratie

Een beukenhaag en een piekfijn grasveld waar geen leerling mag aankomen, dat is geen groene speelplaats. Groen is niet om naar te kijken, maar om in te duiken. Dankzij talloze planten- en diersoorten ervaren je leerlingen elke dag hoe de natuur werkt.

  1. Creëer een aantrekkelijke ontmoetingsplaats

Leerlingen verstoppen zich graag in de gangen, aan de lockers. Een gevarieerde speelplaats lokt leerlingen naar buiten. Ze blijven niet plakken aan de kant maar verspreiden zich over het plein en gaan gemakkelijker babbelen met andere leerlingen en leraren.

  1. Varieer in je aanbod

Tijdens de pauze wil de ene leerling sporten. De andere wil toneel spelen, lezen of knutselen. Of keuvelen met vrienden. Organiseer middagactiviteiten, open lokalen om te ontspannen en laat leerlingen zelf voorstellen doen. Maar overdrijf niet: overdaad schaadt.

 “Een grijze speelplaats maakt niet gelukkig. Amper 40 procent van de leerlingen voelt zich gelukkig op een grijze speelplaats. Verander ze in een groene en sociale ruimte en 87 procent van je leerlingen voelt zich er goed”.

  1. Betrek leerlingen, ouders, jeugdverenigingen

Laat je handige leerlingen de speelplaats opnieuw betegelen, banken schilderen of de zandbak aanvullen. Vraag ouders om bomen te planten en wilgenhutten te bouwen. Verwelkom lokale jeugdverenigingen in de vakantie op je speelplaats.

  1. Maak van je speelplaats een leerplaats

De oppervlakte van het plein berekenen, de gewoonten van bijen bestuderen, ruzies bijleggen: haal leerlingen en leraren uit hun vertrouwde klasmuren en ze beseffen vaak niet dat ze aan het leren zijn.

  1. Blijf jezelf als school

Een speelplaats weerspiegelt je school. Vinden jullie leerlingenparticipatie belangrijk, herteken de speelplaats dan niet zonder hun inbreng. Werken jullie ervaringsgericht? Creëer meer dan een strak gemaaid grasveld.

Onderzoek Michiel Van Loo en Marloes Van Putten (2009), ‘Verandering van speelgedrag op een groen schoolplein’

bron: www.klasse.be

Alcohol- en drugsbeleid in het onderwijs

Zerotolerancebeleid beste optie

Onderwijsinstellingen zien steeds vaker de noodzaak voor het invoeren van een beleid ten aanzien van gebruik van alcohol en drugs. Denk daarbij niet alleen aan de lessen, maar ook aan schoolfeesten, excursies en zelfs vrijwillige activiteiten en reizen die worden georganiseerd door of vanuit de onderwijsinstelling. Hoe verhoudt zich dit tot de nieuwe privacywetgeving?

Welke regels kan en mag een onderwijsinstelling stellen ten aanzien van het gebruik van alcohol en drugs? En wat kan een onderwijsinstelling zélf doen om het alcohol- en drugsgebruik terug te dringen?

Voor dit artikel is van belang dat er in de AVG een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ persoonsgegevens. Omdat bijzondere persoonsgegevens extra privacygevoelig zijn, gelden voor de verwerking ervan strenge regels.

Zero tolerance de beste optie

Het begrip gezondheidsgegevens
Gegevens over iemands gezondheid zijn ‘bijzondere’ persoonsgegevens. Het begrip gezondheidsgegevens omvat meer dan alleen de gegevens die onder het medisch beroepsgeheim vallen. Het omvat alle gegevens die de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid van de persoon betreffen. De Nederlandse toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens, stelt zich op het standpunt dat bijvoorbeeld ook de uitslag van een alcohol- en/of drugstest een gezondheidsgegeven is. Het resultaat van deze test bevat informatie gekregen van biologisch materiaal (adem/speeksel) en bevat ook informatie over iemands fysiologische staat (het al dan niet onder invloed zijn). Niet relevant is of het iets zegt over de gezondheid van de persoon.

Een uitslag van een alcohol- en/of drugstest is dus een gezondheidsgegeven. Slechts in de limitatief in de AVG opgesomde gevallen is het toegestaan om gezondheidsgegevens (en dus ook het resultaat van alcohol- en/of drugstesten) te verwerken. Voor situaties waarin het niet direct om iemands eigen gezondheid gaat, kan dat eigenlijk alleen als daarvoor door de betreffende persoon uitdrukkelijk toestemming is gegeven of al voor de verwerking een uitdrukkelijke wettelijke basis bestaat. Een wettelijke basis is bijvoorbeeld de Wet luchtvaart die voorschrijft dat piloten binnen tien uur voorafgaand aan het verrichten van werkzaamheden aan boord geen alcoholhoudende drank mogen gebruiken hetgeen uit een adem- of bloedtest zou kunnen blijken.

Beperkt wettelijke grondslagen
Toestemming van een werknemer is – in een arbeidsrelatie – zelden een geldige verwerkingsgrond, omdat de werknemer die niet in vrijheid kan geven nu hij/zij zich in een afhankelijk positie van zijn werkgever bevindt en zich niet vrij voelt in de keuze om wel of geen toestemming te geven. Er zijn in het arbeidsrecht maar zeer beperkt wettelijke grondslagen voor het verwerken van gezondheidsgegevens wat betreft personeel. Een werkgever mag eigenlijk alleen gegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de re-integratie en begeleiding van zieke werknemers. Deze informatie beperkt zich in beginsel vaak tot het telefoonnummer waarop de werknemer bereikbaar is, het verpleegadres van de werknemer en de verwachte duur van het verzuim. Voor het afnemen van een drugs- en/of alcoholtest bestaat in het arbeidsrecht geen wettelijke basis.  De mogelijkheden voor een onderwijsinstelling om een dergelijke test af te nemen bij personeel zijn er dus eigenlijk niet, zelfs niet als er een (sterk) vermoeden is van gebruik van alcohol en/of drugs. Bestaat het vermoeden dat een werknemer onder invloed op het werk is verschenen, dat zit er niets anders op dan die persoon daarop aan te spreken en vervolgens naar huis te sturen. Bij een vermoeden van verslaving is het advies om de bedrijfsarts in te schakelen.

Voorwaarden
Ook de onderwijswetgeving biedt geen wettelijke grondslag voor het afnemen van alcohol- of drugstesten bij studenten/deelnemers/leerlingen. Voor studenten/deelnemers/leerlingen zou toestemming in theorie wel een grondslag kunnen zijn. Het nadeel van toestemming is echter dat die toestemming geweigerd kan worden. Ook kun je je afvragen in hoeverre toestemming vrijwillig gegeven wordt als er aan het niet geven van de toestemming consequenties worden verbonden (bijvoorbeeld dat je niet mee mag op excursie). De toestemming moet in het kader van de AVG aan vier voorwaarden voldoen, te weten:

  • Als de leerling/student jonger is dan 16 dienen de wettelijke vertegenwoordigers toestemming te geven.
  • De toestemming moet vrij en niet onder druk gegeven zijn en ondubbelzinnig zijn. De onderwijsinstelling mag niet uitgaan van het principe ‘wie zwijgt, stemt toe’.
  • De wettelijk vertegenwoordigers en studenten moeten goed zijn geïnformeerd over waar zij toestemming voor geven.
  • Er is toestemming gevraagd voor een specifieke verwerking en een specifiek doel.

In toestemmingsverklaringen voor het afnemen van testen moet worden omschreven onder welke omstandigheden een dergelijke test kan en mag worden afgenomen. Testen mogen niet willekeurig worden afgenomen, maar alleen bij een redelijk vermoeden van drugs- en alcoholgebruik. Het is verstandig dergelijke testen door een externe controleur te laten afnemen. Let wel, een toestemming kan altijd weer worden ingetrokken, hetgeen betekent dat de verwerkingsgrond vervalt en de onderwijsinstelling dus vanaf dat moment de testgegevens moet verwijderen.

De praktijk
Wat betekent dit voor de praktijk? De onderwijsinstelling moet de veiligheid van haar studenten (en medewerkers) waarborgen. Een alcohol- en drugsbeleid is daar onderdeel van. Voorlichting, preventie, handhaving en het opleggen van sancties bij overtreding zijn daarbij de sleutelwoorden. In het beleid worden idealiter regels gesteld aan het gebruik van alcohol en drugs onder school- en werktijd, tijdens schoolfeesten en (vrijwillige) excursies en reisjes zowel onder als buiten school(tijd). Onder meer vanwege de op de onderwijsinstelling rustende zorgplicht. Het is echter zeer de vraag in hoeverre het voor onderwijsinstellingen mogelijk is om alcohol- en drugstesten te verplichten. De AVG biedt daar weinig tot geen ruimte voor. Dat zou ertoe kunnen leiden dat een alcohol- en drugsbeleid lastig te handhaven is. Een oplossing daarvoor kan zijn het voeren van een algeheel verbod op gebruik van alcohol en drugs tijdens alle schoolaangelegenheden en zerotolerancebeleid. Op het moment dat het gebruik van bijvoorbeeld alcohol helemaal niet is toegestaan, wordt discussie over de hoeveelheid te genieten alcohol voorkomen en is een test niet meer nodig. De enkele vaststelling dat iemand gedronken heeft, levert overtreding van het beleid op en kan dan leiden tot het opleggen van een sanctie.

Omdat studenten, personeelsleden en begeleiders pas echt kunnen worden aangesproken op hun gedrag en een overtreding pas kan worden bestraft als daar duidelijke regels aan ten grondslag liggen en deze regels kenbaar zijn, is het hebben van beleid in elk geval nuttig en noodzakelijk. Een stevig sanctieprotocol heeft daarbij een de afschrikwekkende werking die bijdraagt aan het voorkomen van overtreding en het waarborgen van de veiligheid.

Medezeggenschapsraad
Tot slot een opmerking over de Medezeggenschapsorganen die iedere onderwijsinstelling hoort te hebben. De MR en OR hebben op een aantal onderwerpen een instemmingsrecht (art. 10 Wms en art. 27 WOR). Het instemmingsrecht geldt onder meer voor het invoeren (of wijzigen) van een alcohol- en drugsbeleid. Overigens lijkt het in alle gevallen aan te raden om medezeggenschapsorganen bij dit thema te betrekken. Dat draagt bij aan draagvlak en acceptatie onder de medewerkers en leerlingen. Kortom, betrek bij het invoeren of wijzigen van een alcohol- en drugsbeleid tijdig de medezeggenschapsorganen.

Op het moment dat het gebruik van alcohol helemaal niet is toegestaan, wordt discussie over de hoeveelheid voorkomen en is handhaving van het beleid eenvoudiger te realiseren.

Door Anna Kalatozova, Advocaat Arbeidsrecht

Nysingh Advocaten & notarissen

7 tips voor tevreden (facilitaire) medewerkers

Als facilitair leidinggevende heb je een grote invloed op de sfeer binnen je team en het welbevinden van medewerkers. Je ziet graag dat jouw medewerkers betrokken en gemotiveerd zijn en dat zij hun werk met plezier doen. Echt bij het team horen en samen keer op keer nóg beter presteren. Dat lukt alleen als iedereen zich helemaal happy voelt.

De voordelen van gelukkige medewerkers op een rij:

  • Er is een betere onderlinge samenwerking en meer vertrouwen.
  • Medewerkers hebben creatievere ideeën en durven deze eerder te delen.
  • Betere uitvoering van activiteiten, omdat medewerkers meer gemotiveerd zijn.
  • Lager ziekteverzuim en betere vervanging door goede informatiedeling.
  • Goede teamsfeer en positieve beïnvloeding van de organisatiecultuur.

Wil jij gelukkige medewerkers in je team? Maak dan gebruik van onderstaande tips!

  1. Geef medewerkers eigen verantwoordelijkheden

Stuur meer op persoonlijk leiderschap en zelforganisatie. Maak jouw medewerkers daarvoor verantwoordelijk voor hun eigen taken en activiteiten. Belangrijk hierbij is dat er duidelijkheid is wat je van de medewerker verwacht, wat de (organisatie)doelstellingen zijn en wat de fm strategie is. Deze verwachting bepaal je niet zelf, maar stem je af met je medewerker. Je bespreekt gezamenlijk welke doelstellingen jullie nastreven en hoe deze doelstellingen worden gemonitord en beoordeeld. Voor jou als leidinggevende betekent dit: ruimte geven, delegeren en loslaten. Voor je medewerkers betekent dit elke dag een nieuwe stap in persoonlijke ontwikkeling.

  1. Geef iedereen persoonlijke aandacht

Ook al heb je een drukke agenda, probeer dan toch zoveel mogelijk tijd vrij te maken voor persoonlijke aandacht en waardering. Een kort praatje, een complimentje of een luisterend oor zorgen ervoor dat mensen zich gewaardeerd voelen. Ze durven beter hun mening te geven en voelen zich vertrouwder binnen je team. Met persoonlijke aandacht en waardering toon je dat jouw medewerkers als mens gerespecteerd worden en dat jij oog hebt voor hun talent. Op termijn zorgt dit voor een hoge mate van betrokkenheid en loyaliteit binnen het facility management team, maar ook richting de facilitaire organisatie.

  1. Creëer ruimte voor initiatief

Zorg ervoor dat er naast de afgesproken verantwoordelijkheden ook ruimte blijft voor nieuwe initiatieven en ideeën. Door medewerkers zelf hun initiatieven te laten ontplooien en plannen te laten uitwerken, blijft de facilitaire organisatie innoveren. Dit hoeven niet persé grote allesomvattende projecten te zijn, maar kunnen (kleine) aspecten zijn die het dienstverleningsproces efficiënter maken. Jij bent vast niet de enige met goede ideeën. Laat daarom medewerkers hun eigen initiatieven ontplooien en ondersteun ze daarin waar mogelijk. Medewerkers zijn meer bevlogen als zij hun eigen ideeën mogen uitvoeren en hun werkomgeving blijft uitdagend.

  1. Communiceer duidelijk

Vind jij goede communicatie ook zo belangrijk? Communicatie is essentieel voor het functioneren van een team. Het zorgt ervoor dat iedereen op de hoogte is en communicatie biedt duidelijkheid en transparantie. Hierdoor ontstaat er meer onderling vertrouwen binnen een team. Zaken kunnen bespreekbaar gemaakt worden en het helpt om miscommunicatie te voorkomen. Ga bewust om met het begrip communicatie en besteed hier regelmatig aandacht aan. Bespreek het bijvoorbeeld (formeel) in het teamoverleg, maar vraag ook (informeel) naar de ervaringen van je medewerkers met betrekking tot de teamcommunicatie. Door bewust om te gaan  met communicatie kun je het facility management platform continu naar een hoger niveau tillen.

  1. Faciliteer de faciliteiten

Het klinkt heel logisch, maar faciliteer je medewerkers net zo goed als dat je de rest van de organisatie faciliteert. In het facilitaire vak wordt alles in het werk gesteld om de organisatie draaiende te houden en medewerkers te voorzien van producten en diensten. Maak het ook voor facility medewerkers mogelijk om op een prettige manier te werken. Zorg er als leidinggevende voor dat jouw medewerkers toegang hebben tot volwaardige werkplekken, producten en diensten. Dat leidt tot een gevoel van volwaardigheid en heeft een positief effect op de uitstraling van de facilitaire organisatie in zijn geheel.

  1. Fouten maken mag

Jij maakt fouten en jouw medewerkers ook. Een fout is niet leuk en leidt voor ons gevoel tot schade en schande. Maar we kunnen alleen beter worden als we fouten durven te maken. Een fout betekent altijd een nieuwe ervaring en is een gelegenheid om te leren en beter te worden. Laat je medewerkers zelf de fouten maken, maar zorg dat je er bent om ze te helpen hun fouten op te lossen. Denk met ze mee, plan momenten in om te sparren en evalueer situaties. Zorg ervoor dat je altijd op een constructieve manier feedback geeft. Dan creëer je de basis voor respect en vertrouwen binnen het team. Mogen medewerkers jou ook op fouten wijzen? Dan word je er zelf ook beter van.

  1. Betrekken bij besluiten

Betrek medewerkers bij grote en kleine besluiten. Dit zorgt voor meer draagvlak voor de besluiten, waardoor er minder weerstand is en meer begrip. Een besluit wordt een gezamenlijk besluit waar medewerkers ook verantwoordelijk voor zijn. Maak gebruik van de kennis en vaardigheden van jouw medewerkers door ze de haalbaarheid van het besluit te laten toetsen. Jouw medewerkers kijken waarschijnlijk met een andere blik naar een besluit. En als je het besluit niet aan je medewerkers kunt uitleggen, hoe leg je het dan aan de rest van de organisatie uit?

Bron: Ultimo