Berekening budget voor starters en schoolleiders toegevoegd aan model aanpak werkdruk 2021/2022

Berekening budget voor starters en schoolleiders toegevoegd aan model aanpak werkdruk 2021/2022

Het model voor de berekening van de extra middelen voor aanpak werkdruk is uitgebreid met een berekening van het budget voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. Door beide budgetten in een model samen te brengen, heb je per school direct overzicht welke bedragen beschikbaar zijn en onderwerp zijn van gesprek met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad.

De prestatieboxmiddelen worden per 1 augustus 2021 op een andere wijze verstrekt. Dit geld komt voor een deel naar de schoolbesturen via de lumpsum en voor een deel via een specifieke regeling voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding. Voor de inzet van deze middelen moet net als voor de middelen voor de aanpak van werkdruk een bestedingsplan ter instemming worden voorgelegd aan de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (P-MR). Dit vindt plaats nadat hierover het gesprek heeft plaatsgevonden tussen bestuur, schoolleider en team. Meer hierover lees je in dit nieuwsbericht en in de eerste regeling bekostiging personeel 2021-2022.

In het model Werkdruk en starters/schoolleiders vind je de actuele bedragen voor de aanpak van werkdruk. Het model heeft geen bestedingsplan voor de middelen professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding omdat hieraan door het ministerie van OCW geen vormeisen zijn gesteld.

Ten aanzien van de middelen voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders is het overigens niet zo dat de middelen per se binnen de school moeten worden uitgegeven. Het kan zijn dat met instemming van de P-MR wordt besloten middelen op bestuursniveau in te zetten omdat zo meer bereikt kan worden op het gebied van professionalisering en begeleiding van startende leraren en schoolleiders.

Indien (een deel van) de besteding van de middelen op bestuursniveau wordt ingezet, dient hier instemming voor te zijn van alle P-MR-en. Alleen afstemming met en instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is onvoldoende.

Bron: PO-raad

Let op! Subsidie aanvragen rond Gezonde School, watertappunten en ‘relaties & seksualiteit’

subsidie aanvragen

Sinds 8 maart kunnen scholen in het po, vo, so en mbo zich inschrijven voor het ondersteuningsaanbod Gezonde School 2021-2022. Dit aanbod helpt bij het bevorderen van een gezonde leefstijl op school. Daarnaast zijn er ook nieuwe rondes van de subsidieregelingen specifiek voor het installeren van een of twee watertappunten op scholen, en voor het versterken van het thema ‘Relaties en seksualiteit’ binnen scholen. Let op, deze inschrijvingen lopen tot 19 april 2021!

Regeling ondersteuningsaanbod Gezonde School

Het ondersteuningsaanbod Gezonde School geeft scholen een steuntje in de rug om te werken aan een gezonde leefstijl van leerlingen. De ondersteuning bestaat uit een financiële bijdrage van 3000 euro per school, scholing, en begeleiding en advies van een Gezonde School-adviseur van de GGD. Het geldbedrag kan onder meer worden gebruikt voor de inzet/aanschaf van erkende Gezonde School-activiteiten, het aanvragen van een vignet Gezonde School (themacertificaat) en de vergoeding van de taakuren van een eigen medewerker van de school die is aangesteld als Gezonde School-coördinator. Om in aanmerking te komen voor ondersteuning moet de school een dergelijke coördinator hebben. De ondersteuning kan worden aangevraagd voor de thema’s voeding, bewegen en sport, welbevinden, roken-, alcohol- en drugspreventie, fysieke veiligheid en milieu en natuur

Stimuleringsregeling Gezonde Relaties en Seksualiteit (vierde ronde)

Voor het thema ‘Relaties en seksualiteit’ is een aparte regeling beschikbaar: de Stimuleringsregeling Gezonde Relaties en Seksualiteit. De ondersteuning bestaat hierbij uit een geldbedrag van maximaal 5000 euro, waarmee scholen kunnen werken aan de versterking van het thema ‘Relaties en seksualiteit’. Met het geld kan aandacht worden besteed aan onderwerpen als gezonde relaties, veilig vrijen, seksuele diversiteit en wensen en grenzen; doel is zo bij te dragen aan een positieve en gezonde seksuele ontwikkeling van jongeren. 

Het bedrag kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor taakuren voor een Gezonde School-coördinator, om docenten te scholen of om een activiteit of lespakket aan te schaffen of gastlessen in te kopen. Het programma Gezonde School adviseert hiervoor erkende Gezonde School-activiteiten in te zetten. Ook bij gebruikmaking van deze regeling kunnen scholen advies en ondersteuning krijgen van de Gezonde School-adviseur van de GGD. 

Subsidieregeling watertappunten (derde ronde)

Scholen kunnen daarnaast opnieuw een financiële tegemoetkoming aanvragen om een of twee nieuwe watertappunten in hun schoolgebouw en/of op hun schoolplein te installeren. Door kraanwater gemakkelijk beschikbaar te stellen in de school, wil de overheid water het voorkeursdrankje van de komende generaties maken, en zo de gezonde leefstijl van jongeren stimuleren.

Scholen krijgen hierbij driekwart van de kosten vergoed voor de aanschaf, aanleg en het onderhoud van een of twee watertappunten. Het overige deel moeten zij zelf betalen; eventueel kan de gemeente of bijvoorbeeld de buurtvereniging ook een deel van de kosten dekken.

Bekijk ook de watertaptoolkit met tips en informatie die kunnen helpen bij het kiezen van een watertappunt.

Scholen die het themacertificaat Voeding van Gezonde School willen behalen, moeten een hygiënische watervoorziening hebben waar leerlingen en personeel water kunnen tappen. Een watertappunt is dus een goede opstap om te werken aan het Gezonde School-thema Voeding.

Klik hier voor het aanvragen van de subsidie voor de gezonde school, gezonde relaties en seksualiteit en het aanvragen voor de subsidie watertappunten. 

Bron: VO-raad

Onderzoek onderwijshuisvesting naar de Tweede kamer

Minister Slob stuurt onderzoek onderwijshuisvesting naar de Tweede Kamer

Bij schoolgebouwen zijn verschillende ministeries betrokken. Omdat de problemen rondom onderwijshuisvesting complex zijn heeft minister Arie Slob (Onderwijs) een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) laten doen. Het onderzoek is inmiddels afgerond en heeft als doel het nieuwe kabinet te informeren over de knelpunten en mogelijke oplossingen rondom onderwijshuisvesting.

De opdracht van minister Slob aan de onderzoeksgroep was om een kostenneutrale variant en een besparingsvariant te onderzoeken, waarbij er 20% op de kosten van onderwijshuisvesting zou worden bespaard. Anko van Hoepen, vice-voorzitter van de PO-Raad: ,,De PO-Raad heeft bij de onderzoekers steeds aangegeven dat een besparingsvariant onrealistisch is. De verouderde schoolgebouwenvoorraad en de veelheid aan doelstellingen vraagt echt om meer geld vanuit het Rijk. Er is een flinke inhaalslag nodig om schoolgebouwen te laten voldoen aan alle eisen van politiek en maatschappij en daar hoort ook passende bekostiging bij.’’

Goed onderwijs vraagt om goede schoolgebouwen

De vernieuwing van schoolgebouwen zit muurvast en dat is een probleem omdat goede schoolgebouwen cruciaal zijn voor goed onderwijs. Duurzame schoolgebouwen waarin het gezond en fijn is om te leren en werken. Dit leidt tot een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Gemeenten en schoolbesturen hebben de Rijksoverheid hard nodig om deze impasse te doorbreken. Alleen als de Rijksoverheid zorgt dat gemeenten en schoolbesturen fors kunnen investeren en verantwoordelijkheden helder worden belegd, kan verder worden gebouwd aan goed onderwijs voor alle kinderen.

Knelpunten schoolgebouwen

·        Schoolgebouwen in het po en vo zijn verouderd

·        We stellen steeds meer eisen aan schoolgebouwen

·        Binnenklimaat schiet op veel scholen tekort

·        Op weg naar duurzame schoolgebouwen

Wat zijn oplossingen?

·        Er moeten heldere afspraken komen over waar schoolbesturen en gemeenten verantwoordelijk voor zijn.

·        Het Rijk moet zorgen voor realistische bekostiging die past bij de verwachtingen die we van schoolgebouwen hebben en de eisen die aan het onderwijs worden gesteld.

·        Er moet een inhaalslag gemaakt worden om de verouderde voorraad op het gewenste niveau te krijgen om de klimaatdoelstellingen te behalen in 2050 waarbij scholen functioneel, toegankelijk, minstens energieneutraal en fris zijn.

·        Schoolbesturen en gemeenten gaan aan de slag met het maken van Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) om inzichtelijk te maken hoe het ervoor staat met de gebouwenvoorraad, wat er nodig is en wat hiervan de kosten zijn voor de gehele levensduur van het gebouw. Het kwaliteitskader onderwijshuisvesting kan hierbij helpen.

·        Schoolbesturen gaan zelf aan de slag om het proces rondom de vernieuwing van schoolgebouwen efficiënter te maken door middel van standaardisatie.

 

Bron: PO-raad 

Reflectiegroepen strategisch personeelsbeleid en financiën

Hoe voer je als bestuur en intern toezicht het goede gesprek over strategisch personeelsbeleid en financiën? Deze vraag staat centraal bij de nieuwe reflectiegroepen die de PO-Raad en de VTOI-NVTK organiseren in februari en maart. Een mooie kans voor bestuurders en toezichthouders om samen op deze onderwerpen de diepte in te gaan.

Samenspelen en kritische reflectie

In de reflectiegroepen gaan bestuurders en toezichthouders (per thema) twee keer met elkaar in gesprek over de vraag hoe het samenspel tussen beiden bijdraagt aan de versterking van het strategisch personeelsbeleid en financieel beleid. Zo werken we samen aan een gespreksleidraad voor effectief samenspel op de onderwerpen Financiën en Strategisch personeelsbeleid. De kritische reflectie van het intern toezicht is immers van groot belang voor de kwaliteit van beiden. En van de bestuurder mag verwacht worden dat die het samenspel faciliteert.

Doel

De opbrengst van dit proces: twee handreikingen (één voor strategisch personeelsbeleid en één voor financiën), waarin aandacht is voor de rol en rolopvatting van schoolbestuur en intern toezicht. In de handreikingen wordt ingegaan op de manier waarop de bestuurder het samenspel rond de beide thema’s kan faciliteren en op de vragen die het intern toezicht aan zichzelf en het schoolbestuur zou moeten stellen om zicht te krijgen op de kwaliteit van het strategisch beleid en het financieel beleid en de uitvoering ervan.

Data

De reflectiegroep Financiën komt samen op:

  • dinsdag 16 februari 2021 15:30-17:00
  • dinsdag 9 maart 2021 15:30-17:00

De reflectiegroep Strategisch personeelsbeleid komt samen op:

  • donderdag 4 maart 2021 15:00-16:30
  • donderdag 11 maart 2021 15:00-16:30

Structurele investeringen om onderwijskwaliteit te verbeteren

Berekening budget voor starters en schoolleiders toegevoegd aan model aanpak werkdruk 2021/2022

Het versterken van de kennisinfrastructuur, om zo de onderwijskwaliteit ‘evidence-informed’ te kunnen verbeteren, vraagt om een structurele investering van 70 tot 85 miljoen euro per jaar. Dit blijkt uit het adviesrapport ‘Omwille van goed onderwijs’ dat op 5 februari naar de Kamer is verzonden.

Door wetenschappelijke kennis toepasbaar en toegankelijk te maken, en kennisdeling tussen onderwijsprofessionals te stimuleren, kan een belangrijke bijdrage geleverd worden aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit en het bestrijden van kansenongelijkheid. Bovendien geeft dit een impuls aan de aantrekkelijkheid van het beroep leraar door meer professionele ontwikkeling en loopbaanperspectieven. De PO-Raad en de andere sectororganisaties werken al langer aan het versterken van de kennisinfrastructuur.

 

Bron: PO-raad

De financiële administratie láten doen? Waarom zou je?

De financiële administratie láten doen? Waarom zou je?

Vijf serieus goede redenen om te insourcen – én de uitzonderingen daarop

Laten we eerlijk zijn: een onderwijsadministratie is misschien wel de moeilijkste financiële administratie die er is. Al is het maar doordat er zóveel verschillende geldstromen lopen aan de inkomstenkant. Met allemaal hun eigen regels, en hun eigen eisen als het om verantwoording gaat. Logisch dus dat je dat het liefste uitbesteedt. Of toch niet? Vijf redenen om het zélf te gaan doen:

1)      Wat een ander doet, is altijd duurder

Administratiebureaus leven niet van de lucht. Dat hoeft natuurlijk ook niet: voor goed werk mogen ze best goed betaald krijgen. Dat neemt niet weg dat je intern voor datzelfde geld meer gedaan krijgt. De administratie in jouw organisatie hoeft immers niet ook nog ondernemersrisico’s af te dekken en overwinst te boeken – op kosten van jouw organisatie.

2)      Met grip komt inzicht (en dus betere keuzes)

Uitbesteden is makkelijk. Het scheelt je eigen organisatie werk, en je hoeft je minder in de administratie te verdiepen. Het nadeel is dat dat ten koste gaat van de grip die je hebt op de geldstromen. Dat is al risicovol omdat accountantscontroles steeds scherper worden (ook als je uitbesteedt, blijf je immers zelf eindverantwoordelijk). Maar het is echt vervelend als het betekent dat je verkeerde keuzes maakt. En de zekerheid dat je niets laat liggen, krijg je alleen met goed inzicht.

3)      Van automatiseren word je scherper

De financiële administratie doe je niet meer op papier – en bij voorkeur ook niet in Excel. Al is het maar omdat goede administratieve software je veel werk uit handen kan nemen. En hoe meer je je processen automatiseert en digitaliseert, hoe meer inzicht je krijgt in die processen. Wat je automatiseert, moet je immers afpellen. Dat is dé kans om processen opnieuw vorm te geven en met een schone lei te beginnen.

4)     Als je méér wilt weten, kan dat op elk moment

Precies weten hoe het er op dit moment voorstaat met het scholingsbudget? Precies zien hoeveel formatie je over twee maanden nodig hebt? Nu opzoeken waar vorige maand dat ene bedrag aan uitgegeven is? Geen probleem – als je de administratie intern doet. Meestal óók geen probleem als je uitbesteedt hoor. Maar dan gaat vaak wel de teller lopen – en moet je er langer op wachten.

5)      Als je het ánders wilt weten, kan dat ook

Administratiebureaus werken met standaarden, bijvoorbeeld met standaardrapportages. Dat is logisch. En vaak ook heel prettig. Maar het is niet gezegd dat die standaard altijd aansluit bij wat jij wilt weten. Of wat leraren, managers of directeuren willen weten. Als je zelf je dashboards in kunt richten, kun je dus ook informatie op maat leveren.

En waarom jouw organisatie misschien de uitzondering is

Natuurlijk – wij zien vooral de voordelen van insourcen. Maar we zien ook dat het niet voor iedereen de ideale oplossing is. Omdat het soms vraagt om een aanstelling die ten koste gaat van de onderwijsformatie. En omdat het in het begin vraagt om een serieuze investering in kennis. Dat maakt ook dat het afbreukrisico vrij groot kan zijn. Als je een paar jaar investeert in één iemand die de administratie doet, is het vervelend als die persoon vertrekt. Dat zijn valide argumenten – voor organisaties tot pak ‘m beet 400 medewerkers. Daarboven niet. Daar vallen de relatieve kosten van de backoffice écht weg tegen de winst in geld, grip en inzicht.

Bron: AFAS software