Deel ophoging personele lumpsum wordt ingezet voor nieuwe cao

Schoolleiders- en lerarentekorten blijven te groot, ondanks inspanningen

Onlangs zijn de definitieve regeling bekostiging personeel 2020-2021 en de 2e regeling bekostiging personeel 2021-2022 gepubliceerd. De ophoging van de bedragen in deze regelingen is voornamelijk het gevolg van de indexatie van de personele bekostiging op grond van de referentiesystematiek. De indexatie is bedoeld om stijgingen van personele kosten in 2021 te dekken.

Voor een belangrijk deel komen stijgingen in de personele kosten voort uit afspraken die de PO-Raad nog met de vakbonden gaat maken in een cao voor het verbeteren van arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Schoolorganisaties moeten er rekening mee houden dat de personele kosten bij een nieuwe cao met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 zullen toenemen. 

 

Bron: PO-raad

Hoe je met schaarse capaciteit maximaal effect bereikt met het Nationaal Programma Onderwijs

De Corona-crisis trekt diepe sporen in het onderwijs. Leerlingen en leraren gaan door een jojo van lock-downs, thuisonderwijs en toch weer naar school. Ondertussen lopen de achterstanden in het hele onderwijs op en dat raakt kwetsbare kinderen het hardst.

De overheid komt in actie met het ‘Nationaal Programma Onderwijs’ met forse financiële ondersteuning. Maar het zijn de schoolleider en de leraren die het verschil maken. Een blik leraren opentrekken? Vergeet het maar met het lerarentekort. Wat dan? De oplossing ligt in het kiezen voor die interventies die, binnen de schaarse tijd van leraren, het meeste opleveren. Welke interventies zijn dat?

De overheid komt te hulp: het Nationaal Programma Onderwijs
Het goede nieuws is dat de overheid scholen te hulp schiet met het Nationaal Programma Onderwijs. Met het Nationaal Programma Onderwijs wordt een enorm bedrag geïnvesteerd; € 8,5 miljard voor de komende 2,5 jaar.Elke school die met een goed plan komt dat gebruik maakt van effectief bewezen interventies krijgt geld. Die keuzes moeten breed gedragen zijn binnen de scholen, onder meer met instemming van de medezeggenschapsraad. Leraren en schoolleiders zijn daarmee aan zet. Geld zat dus. Maar daarmee is er niet vanzelf een oplossing.We weten allemaal dat een goede leraar voor de klas het verschil maakt, onderzoek na onderzoek toont dat aan. En die goede leraren, laat daar nou net een tekort aan zijn. Bovendien zijn die leraren moe, na een schooljaar ‘vol gas’ gaan met Corona. Je kunt proberen op een andere manier capaciteit te regelen. Bijvoorbeeld bijles door studenten, inzet van vrijwilligers, inschakelen van externen. Maar uiteindelijk maakt een sterke leraar voor de klas het verschil. Je zult dus moeten woekeren met schaarse leraar-capaciteit. Hoe doe je dat?

Hoe ga je om met schaarse capaciteit?
Door dát te doen dat het meeste oplevert. Zo simpel is het: keuzes maken. Maar wat levert het meeste op?

Er zijn drie dingen die het verschil maken:

  1. Een sterk lerarenteam op een school met een verbetercultuur
  2. Gebruik van ‘evidence informed’ technieken in de klas
  3. Extra maatregelen gericht op achterstanden

1. Een verbetercultuur op school
Onderzoek laat zien dat scholen die meer leerwinst bereiken met hun leerlingen een verbetercultuur hebben. Een cultuur waarin leraren van elkaar leren en samen met hun schoolleider en leerlingen elke dag het onderwijs een beetje beter maken. Dit constateren zowel de Onderwijsinspectie als McKinsey. Beiden deden onderzoek naar de grote verschillen in leerwinst tussen Nederlandse scholen.

 

Wat ziet de Inspectie leraren doen op scholen met zo’n cultuur? Die zorgen voor een goed lesklimaat, hun leskwaliteit is goed en ze gebruiken technieken zoals formatief handelen. Allemaal technieken die je terugvindt in boeken over ‘evidence informed’ onderwijs zoals ‘Op de schouders van reuzen’, ‘Wijze Lessen’ en ‘Klaskit’.Zo’n cultuur creëren klinkt eenvoudig, maar kan in de praktijk pittig zijn. Onderzoek van de Universiteit Utrecht op 231 scholen die werken met het leerKRACHT-programma laat zien dat het kan. De onderzoekers constateren dat daar binnen één jaar een lerende cultuur ontstaat en dat leraren aantoonbaar beter worden in hun vak. Wat doen leraren die aantoonbaar meer bereiken met hun leerlingen? Daar kan onderzoek meer over vertellen.
 

2. Gebruik van evidence informed technieken in de klas
Wat werkt? Onderwijsonderzoeker Pedro De Bruyckere zegt er dit over: “Niet alles werkt en niets werkt altijd in het onderwijs”. Wat Pedro hiermee zegt is dat onderzoek je kan helpen keuzes te maken (‘evidence informed’), maar dat je er niet blind op kunt vertrouwen (‘evidence based’). Toch is de consensus van onderzoekers dat er wel degelijk lessen getrokken kunnen worden uit wat leraren doen die met hun leerlingen meer leerwinst realiseren. Als je boeken als Klaskit van Pedro de Bruyckere of Wijze Lessen van Paul Kirschner erbij pakt, zie je al snel overeenkomsten: activeer relevante voorkennis, leer je leerlingen effectief leren, evalueer en geef feedback, et cetera.Onderzoek van de Engelse Education Endowment Foundation (EEF) laat het potentiële effect zien van deze en andere interventies. Zij constateren dat veel niet werkt, maar een aantal dingen wel degelijk. Sterker nog: het toepassen van interventies als feedback, zelfregulatie en het versterken van leesvaardigheid, kunnen leerlingen maanden leerwinst per jaar opleveren.

3. Extra maatregelen gericht op onderwijsachterstanden
Je kunt niet alles. Hoe bepaal je dan waar je mee aan de slag gaat? Bij die keuze zijn twee dingen belangrijk:

  • Welke interventies leveren de meeste leerwinst op?
  • Welke interventies kosten leraren de minste tijd?

Het goede nieuws is dat hier net onderzoek naar is gedaan. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) publiceerde het onderzoek ‘Onderwijsachterstanden voorkomen en verkleinen’ van onderzoeksinstituut LEARN! van de Vrije Universiteit. De onderzoekers keken naar de interventies waar de meeste scholen voor kozen in het eerdere programma van het ministerie van onderwijs voor het terugdringen van achterstanden. Uit hun onderzoek komen drie interventies die veel opleveren: peer tutoring (met name in het VO), één op één begeleiding en professionalisering van leraren. En een aantal die relatief veel tijd kosten maar weinig effect bereiken: verlengde schooldagen en zomerscholen.

Hoe maak je keuzes met je team
Het Nationaal Programma Onderwijs geeft je veel financiële armslag. Maar hoe zet je die in?

Je kunt besluiten te kiezen voor de korte termijn. Met ‘extra maatregelen’ zoals zomerschool of extra begeleiding. Maar dan missen jullie en je leerlingen kansen. Kansen om met evidence informed te werken aan jullie lespraktijk en meer leerwinst. Kansen om met een verbetercultuur op school de werkdruk aan te pakken en het onderwijs structureel beter te maken.

Bron: Wij-leren

Berekening budget voor starters en schoolleiders toegevoegd aan model aanpak werkdruk 2021/2022

Let op: aanpassing cao door wijziging minimumloon

Het model voor de berekening van de extra middelen voor aanpak werkdruk is uitgebreid met een berekening van het budget voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. Door beide budgetten in een model samen te brengen, heb je per school direct overzicht welke bedragen beschikbaar zijn en onderwerp zijn van gesprek met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad.

De prestatieboxmiddelen worden per 1 augustus 2021 op een andere wijze verstrekt. Dit geld komt voor een deel naar de schoolbesturen via de lumpsum en voor een deel via een specifieke regeling voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding. Voor de inzet van deze middelen moet net als voor de middelen voor de aanpak van werkdruk een bestedingsplan ter instemming worden voorgelegd aan de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (P-MR). Dit vindt plaats nadat hierover het gesprek heeft plaatsgevonden tussen bestuur, schoolleider en team. Meer hierover lees je in dit nieuwsbericht en in de eerste regeling bekostiging personeel 2021-2022.

In het model Werkdruk en starters/schoolleiders vind je de actuele bedragen voor de aanpak van werkdruk. Het model heeft geen bestedingsplan voor de middelen professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding omdat hieraan door het ministerie van OCW geen vormeisen zijn gesteld.

Ten aanzien van de middelen voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders is het overigens niet zo dat de middelen per se binnen de school moeten worden uitgegeven. Het kan zijn dat met instemming van de P-MR wordt besloten middelen op bestuursniveau in te zetten omdat zo meer bereikt kan worden op het gebied van professionalisering en begeleiding van startende leraren en schoolleiders.

Indien (een deel van) de besteding van de middelen op bestuursniveau wordt ingezet, dient hier instemming voor te zijn van alle P-MR-en. Alleen afstemming met en instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is onvoldoende.

Bron: PO-raad

Let op! Subsidie aanvragen rond Gezonde School, watertappunten en ‘relaties & seksualiteit’

Helderheid over NPO-geld voor schooljaar 22-23: Minimaal € 500 per leerling

Sinds 8 maart kunnen scholen in het po, vo, so en mbo zich inschrijven voor het ondersteuningsaanbod Gezonde School 2021-2022. Dit aanbod helpt bij het bevorderen van een gezonde leefstijl op school. Daarnaast zijn er ook nieuwe rondes van de subsidieregelingen specifiek voor het installeren van een of twee watertappunten op scholen, en voor het versterken van het thema ‘Relaties en seksualiteit’ binnen scholen. Let op, deze inschrijvingen lopen tot 19 april 2021!

Regeling ondersteuningsaanbod Gezonde School

Het ondersteuningsaanbod Gezonde School geeft scholen een steuntje in de rug om te werken aan een gezonde leefstijl van leerlingen. De ondersteuning bestaat uit een financiële bijdrage van 3000 euro per school, scholing, en begeleiding en advies van een Gezonde School-adviseur van de GGD. Het geldbedrag kan onder meer worden gebruikt voor de inzet/aanschaf van erkende Gezonde School-activiteiten, het aanvragen van een vignet Gezonde School (themacertificaat) en de vergoeding van de taakuren van een eigen medewerker van de school die is aangesteld als Gezonde School-coördinator. Om in aanmerking te komen voor ondersteuning moet de school een dergelijke coördinator hebben. De ondersteuning kan worden aangevraagd voor de thema’s voeding, bewegen en sport, welbevinden, roken-, alcohol- en drugspreventie, fysieke veiligheid en milieu en natuur

Stimuleringsregeling Gezonde Relaties en Seksualiteit (vierde ronde)

Voor het thema ‘Relaties en seksualiteit’ is een aparte regeling beschikbaar: de Stimuleringsregeling Gezonde Relaties en Seksualiteit. De ondersteuning bestaat hierbij uit een geldbedrag van maximaal 5000 euro, waarmee scholen kunnen werken aan de versterking van het thema ‘Relaties en seksualiteit’. Met het geld kan aandacht worden besteed aan onderwerpen als gezonde relaties, veilig vrijen, seksuele diversiteit en wensen en grenzen; doel is zo bij te dragen aan een positieve en gezonde seksuele ontwikkeling van jongeren. 

Het bedrag kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor taakuren voor een Gezonde School-coördinator, om docenten te scholen of om een activiteit of lespakket aan te schaffen of gastlessen in te kopen. Het programma Gezonde School adviseert hiervoor erkende Gezonde School-activiteiten in te zetten. Ook bij gebruikmaking van deze regeling kunnen scholen advies en ondersteuning krijgen van de Gezonde School-adviseur van de GGD. 

Subsidieregeling watertappunten (derde ronde)

Scholen kunnen daarnaast opnieuw een financiële tegemoetkoming aanvragen om een of twee nieuwe watertappunten in hun schoolgebouw en/of op hun schoolplein te installeren. Door kraanwater gemakkelijk beschikbaar te stellen in de school, wil de overheid water het voorkeursdrankje van de komende generaties maken, en zo de gezonde leefstijl van jongeren stimuleren.

Scholen krijgen hierbij driekwart van de kosten vergoed voor de aanschaf, aanleg en het onderhoud van een of twee watertappunten. Het overige deel moeten zij zelf betalen; eventueel kan de gemeente of bijvoorbeeld de buurtvereniging ook een deel van de kosten dekken.

Bekijk ook de watertaptoolkit met tips en informatie die kunnen helpen bij het kiezen van een watertappunt.

Scholen die het themacertificaat Voeding van Gezonde School willen behalen, moeten een hygiënische watervoorziening hebben waar leerlingen en personeel water kunnen tappen. Een watertappunt is dus een goede opstap om te werken aan het Gezonde School-thema Voeding.

Klik hier voor het aanvragen van de subsidie voor de gezonde school, gezonde relaties en seksualiteit en het aanvragen voor de subsidie watertappunten. 

Bron: VO-raad

Onderzoek onderwijshuisvesting naar de Tweede kamer

Onderwijsraad: verbind Nationaal Programma Onderwijs aan structurele investeringen

Bij schoolgebouwen zijn verschillende ministeries betrokken. Omdat de problemen rondom onderwijshuisvesting complex zijn heeft minister Arie Slob (Onderwijs) een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) laten doen. Het onderzoek is inmiddels afgerond en heeft als doel het nieuwe kabinet te informeren over de knelpunten en mogelijke oplossingen rondom onderwijshuisvesting.

De opdracht van minister Slob aan de onderzoeksgroep was om een kostenneutrale variant en een besparingsvariant te onderzoeken, waarbij er 20% op de kosten van onderwijshuisvesting zou worden bespaard. Anko van Hoepen, vice-voorzitter van de PO-Raad: ,,De PO-Raad heeft bij de onderzoekers steeds aangegeven dat een besparingsvariant onrealistisch is. De verouderde schoolgebouwenvoorraad en de veelheid aan doelstellingen vraagt echt om meer geld vanuit het Rijk. Er is een flinke inhaalslag nodig om schoolgebouwen te laten voldoen aan alle eisen van politiek en maatschappij en daar hoort ook passende bekostiging bij.’’

Goed onderwijs vraagt om goede schoolgebouwen

De vernieuwing van schoolgebouwen zit muurvast en dat is een probleem omdat goede schoolgebouwen cruciaal zijn voor goed onderwijs. Duurzame schoolgebouwen waarin het gezond en fijn is om te leren en werken. Dit leidt tot een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Gemeenten en schoolbesturen hebben de Rijksoverheid hard nodig om deze impasse te doorbreken. Alleen als de Rijksoverheid zorgt dat gemeenten en schoolbesturen fors kunnen investeren en verantwoordelijkheden helder worden belegd, kan verder worden gebouwd aan goed onderwijs voor alle kinderen.

Knelpunten schoolgebouwen

·        Schoolgebouwen in het po en vo zijn verouderd

·        We stellen steeds meer eisen aan schoolgebouwen

·        Binnenklimaat schiet op veel scholen tekort

·        Op weg naar duurzame schoolgebouwen

Wat zijn oplossingen?

·        Er moeten heldere afspraken komen over waar schoolbesturen en gemeenten verantwoordelijk voor zijn.

·        Het Rijk moet zorgen voor realistische bekostiging die past bij de verwachtingen die we van schoolgebouwen hebben en de eisen die aan het onderwijs worden gesteld.

·        Er moet een inhaalslag gemaakt worden om de verouderde voorraad op het gewenste niveau te krijgen om de klimaatdoelstellingen te behalen in 2050 waarbij scholen functioneel, toegankelijk, minstens energieneutraal en fris zijn.

·        Schoolbesturen en gemeenten gaan aan de slag met het maken van Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) om inzichtelijk te maken hoe het ervoor staat met de gebouwenvoorraad, wat er nodig is en wat hiervan de kosten zijn voor de gehele levensduur van het gebouw. Het kwaliteitskader onderwijshuisvesting kan hierbij helpen.

·        Schoolbesturen gaan zelf aan de slag om het proces rondom de vernieuwing van schoolgebouwen efficiënter te maken door middel van standaardisatie.

 

Bron: PO-raad 

Reflectiegroepen strategisch personeelsbeleid en financiën

Hoe voer je als bestuur en intern toezicht het goede gesprek over strategisch personeelsbeleid en financiën? Deze vraag staat centraal bij de nieuwe reflectiegroepen die de PO-Raad en de VTOI-NVTK organiseren in februari en maart. Een mooie kans voor bestuurders en toezichthouders om samen op deze onderwerpen de diepte in te gaan.

Samenspelen en kritische reflectie

In de reflectiegroepen gaan bestuurders en toezichthouders (per thema) twee keer met elkaar in gesprek over de vraag hoe het samenspel tussen beiden bijdraagt aan de versterking van het strategisch personeelsbeleid en financieel beleid. Zo werken we samen aan een gespreksleidraad voor effectief samenspel op de onderwerpen Financiën en Strategisch personeelsbeleid. De kritische reflectie van het intern toezicht is immers van groot belang voor de kwaliteit van beiden. En van de bestuurder mag verwacht worden dat die het samenspel faciliteert.

Doel

De opbrengst van dit proces: twee handreikingen (één voor strategisch personeelsbeleid en één voor financiën), waarin aandacht is voor de rol en rolopvatting van schoolbestuur en intern toezicht. In de handreikingen wordt ingegaan op de manier waarop de bestuurder het samenspel rond de beide thema’s kan faciliteren en op de vragen die het intern toezicht aan zichzelf en het schoolbestuur zou moeten stellen om zicht te krijgen op de kwaliteit van het strategisch beleid en het financieel beleid en de uitvoering ervan.

Data

De reflectiegroep Financiën komt samen op:

  • dinsdag 16 februari 2021 15:30-17:00
  • dinsdag 9 maart 2021 15:30-17:00

De reflectiegroep Strategisch personeelsbeleid komt samen op:

  • donderdag 4 maart 2021 15:00-16:30
  • donderdag 11 maart 2021 15:00-16:30