Herstelplannen onderwijs bedreigt door personeelstekorten

Herstelplannen onderwijs bedreigt door personeelstekorten

Bijna 80% van de schoolbesturen wil de komende twee jaar extra personeel inzetten. Maar 42% van hen weet niet waar ze dat personeel vandaan moeten halen. Uit een ledenpeiling van de PO-Raad blijkt dat het lerarentekort scholen verhindert de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in te zetten zoals zij denken dat het effectief is om door corona opgelopen leervertraging in te lopen. ,,Er zijn op heel veel plekken onvervulde vacatures. De nood is hoog in de Randstad, maar ook in heel veel andere regio’s loopt het personeelstekort op. Scholen moeten noodgedwongen improviseren”, zegt Freddy Weima, voorzitter van de PO-Raad. 

 

Kansen en risico’s NPO 

In de ledenpeiling geven 160 schoolbesturen aan welke NPO-plannen er zijn en welke kansen en risico’s ze zien. Scholen noemen het mooi dat er nu geld voor het onderwijs beschikbaar komt om te investeren in verdere professionalisering van leraren en om al bestaande ambities een extra impuls te geven. Maar onze leden zien ook risico’s: het NPO-geld is incidenteel en moet binnen een twee jaar doelmatig worden uitgegeven. Dat, in combinatie met het lerarentekort, maakt dat ze de ‘boemerang’ van de politiek vrezen. Als het NPO niet kán worden uitgevoerd, ligt het dan aan de randvoorwaarden of aan de uitvoering in de sector?   

 

Stijgende reserves 

,,Het is mooi dat kabinet bereid is geweest zoveel te investeren in het onderwijs, maar het moet wel in enorm korte tijd worden uitgegeven. Als PO-Raad vrezen we dat dit als een boemerang op het bordje van de schoolbesturen terugkomt”, zegt Freddy Weima, voorzitter van de PO-Raad. ,,Scholen stelden de afgelopen maanden onder grote, opgelegde tijdsdruk een NPO-plan op. Elke school in Nederland heeft mogelijke leervertraging in beeld gebracht en uitgezocht welke interventie het meest effectief is om die in te lopen en de onderwijskwaliteit duurzaam te vergroten. Maar het lerarentekort maakt het de sector simpelweg onmogelijk om het geld doelmatig en effectief uit te geven” 

Hoewel er op dit moment genoeg geld is om de vertragingen in te lopen, ligt de besteding ervan lastig, zeggen de schoolbestuurders. Het gevaar is aanwezig dat de reserves op korte termijn stijgen, waardoor het beeld ontstaat dat het onderwijs geen extra middelen nodig heeft, terwijl structurele investeringen keihard nodig zijn. 

 

Toenemende kansenongelijkheid 

De personeelstekorten lopen op in heel Nederland en in zowel het regulier als het speciaal onderwijs. Het NPO doet de zorg groeien over toenemende kansenongelijkheid, juist door het geld dat beschikbaar komt in combinatie met het lerarentekort: Scholen met een hoog schoolgewicht (leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben voor onderwijsachterstanden) concentreren zich vaak in bepaalde wijken. Nu voor het uitvoeren van hun NPO-plannen veel scholen extra personeel zoeken, wordt gevreesd voor verplaatsing van leraren, waardoor het lerarentekort in achterstandswijken alleen maar groter wordt. De tijdelijke arbeidsmarkttoelage (voor scholen met veel leerlingen met risico op onderwijsachterstand) is hiervoor geen waterdichte oplossing, omdat deze maar voor twee jaar beschikbaar is. 

 

Structureel geld voor structurele kwaliteit 

Om het NPO-geld effectief en doelmatig te kunnen inzetten hebben scholen meer tijd nodig. Maar vooral is er structureel geld nodig om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Alleen op die manier kan ook het lerarentekort worden aangepakt: een structureel probleem vergt een structurele oplossing. 

 

Bron: PO-raad 

Zelftesten op school rondom de zomer

Zelftesten op school na de zomer

 Het inzetten van zelftesten op gaat nog even door. Het ministerie van OCW vraagt scholen om tijdens en na de zomer nog door te gaan met het inzetten van zelftesten. Voor zowel leerlingen als het onderwijspersoneel. Zo houden scholen de kans op een corona-uitbraak zo klein mogelijk.

Houd op school een voorraad testen aan voor:

·        preventief testen van personeel en leerlingen, zoals nu ook gebeurt, indien er activiteiten in de zomerperiode op school plaatsvinden. Bijvoorbeeld zomerscholing of staatsexamens;

·        risicogericht testen na de zomer: houd vier testen per persoon als voorraad op school beschikbaar voor de eerste weken na de zomervakantie.  

Deel voor het begin van de zomervakantie testen aan uw leerlingen uit:

·        voor het direct testen na terugkeer van een vakantie (in binnen- of buitenland) en twee tot drie dagen later (twee tests per persoon);

·        voor het testen voorafgaand aan de terugkeer op school na de vakantie: drie dagen en een dag voor de eerste schooldag (twee tests per persoon).

Dit betekent dat scholen – naast de twee tests per week voor de resterende schoolweken – voor iedereen in ieder geval nog acht tests beschikbaar moeten hebben. Het ministerie raadt aan na te gaan hoeveel tests er nog in voorraad zijn en te berekenen hoeveel er nog moeten worden aangevraagd. Scholen kunnen dan een eventuele meer- of minderbehoefte doorgeven via de helpdesk (088-7674077 – support@zelftesteninhetonderwijs.nl). Let op! Doe dit voor woensdag 23 juni 11.00 uur.

Bron: VO-raad

Let op: Google Workspace risicovol in het onderwijs

Let op: Google Workspace risicovol in het onderwijs

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat onduidelijk is of persoonsgegevens in Google Workspace (voorheen Google Suite for Education) voldoende beschermd zijn. Dat staat in een advies van de privacytoezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP) waarover het FD gisteravond publiceerde.

Verschillende onderwijsorganisaties onderzoeken samen de precieze consequenties van dit advies voor het onderwijs. De VO-raad doet een dringend beroep op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van Google om de privacy van leerlingen en studenten goed te waarborgen en per ommegaande in gang te zetten dat de risico’s worden weggenomen. Google laat in een reactie in het FD weten ‘te verwachten de tekortkomingen snel op te kunnen lossen’.

Het advies van de AP over het gebruik van Google in het onderwijs volgt op een aanvraag daartoe van SURF en SIVON, namens de onderwijssector, in maart 2021.

Bron: VO-raad

Scholen in het voortgezet speciaal onderwijs weer volledig open

Scholen in het voortgezet speciaal onderwijs weer volledig open

Scholen in het voorgezet onderwijs, waaronder ook het vso valt, mogen vanaf maandag 31 mei weer volledig open. Leerlingen hoeven niet langer 1,5 meter afstand van elkaar te houden. Dit heeft het kabinet besloten op basis van het advies van het Outbreak Management Team (OMT).

Het is voor de ontwikkeling van leerlingen ontzettend belangrijk weer zoveel mogelijk fysiek les te krijgen op school. In het vso waren veel scholen al grotendeels open o.a. vanwege de kwetsbaarheid van de leerlingen en voor de praktijkvakken en (voor-)examenkandidaten. Tegelijkertijd begrijpt de PO-Raad ook dat er zorgen zijn onder onderwijspersoneel en dat de veranderingen opnieuw veel vragen van schoolbesturen, scholen en onderwijspersoneel.  

Veel oudere en kwetsbare leraren zijn momenteel al gevaccineerd. Ook de komende weken krijgen steeds meer medewerkers in het onderwijs een oproep voor vaccinatie, waarmee de vaccinatiegraad de komende weken nog verder oploopt.

Zelftesten

Scholen krijgen tot 7 juni de tijd om volledig open te gaan, zodat er ruimte is om alles te organiseren, waaronder het zelftesten. Het OMT vindt de volledige heropening verantwoords mits leerlingen en personeel zich twee keer per week preventief testen op het coronavirus met behulp van zelftesten. Alle scholen in het v(s)o ontvangen voor 31 mei voldoende zelftesten van het ministerie van OCW om dit te realiseren. Ook is het belangrijk dat de andere richtlijnen van het RIVM voor scholen blijven gelden. Zo moeten er mondkapjes worden gedragen in de gangen en is het belangrijk dat leerlingen en personeel hun handen vaak wassen.

Bron: PO-raad

Klik op de afbeelding om te downloaden

Het grootste deel van de schoolleiders zijn tevreden met NPO na Corona

Het grootste deel van de schoolleiders zijn tevreden met NPO na Corona

Een meerderheid (56%) van de schoolleiders is inmiddels positief over het Nationaal Programma Onderwijs na Corona, eind maart was dat slechts 23 procent. Zo’n 15 procent van de scholen is nog altijd niet blij met het programma, dat was eerder 53 procent. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder meer dan 700 schooldirecteuren en adjuncten. Schoolleiders gaan in toenemende mate uit van de kansen die het programma biedt. Wel zijn er zorgen over het tijdpad en de beschikbaarheid van benodigde personeel.

Bijna driekwart van de scholen heeft al een schoolscan gedaan die nodig is om geld te krijgen voor de interventies. Eveneens driekwart van de scholen weet al aan welke interventies ze het bedrag wil besteden. 9 procent heeft nog geen idee waar ze het geld aan uit gaan geven.

Zijn die extra handen in de klas er wel?

De wensen gaan vooral uit naar extra handen in de klas. Zo wil ruim de helft van de scholen instructie in kleine groepen en bijna de helft het geld uitgeven aan onderwijsassistenten, interventies gericht op het welbevinden van leerlingen, klassenverkleining of individuele instructie.

Andere interventies die ingezet worden zijn feedback, metacognitie en zelfregulerend leren, een-op-een-begeleiding, samenwerkend leren, interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden, cultuureducatie, sportieve activiteiten, leren van en met medeleerlingen, ouderbetrokkenheid en uitbreiding onderwijs. 

Het minst enthousiast zijn scholen over het beheersingsgericht leren, voor- en vroegschoolse interventies, digitale technologie en zomer- of lentescholen. Zo’n 15 procent van de scholen zou het bedrag beschikbaar willen stellen voor scholen die het harder nodig hebben.

Schoolleider neemt regierol

Voor het Nationaal Programma Onderwijs na Corona ligt er veel extra verantwoordelijkheid bij de schoolleider. Op 82 procent heeft hij de regie over het plan, waarbij in de meerderheid bij alleen de schoolleider en soms samen met de intern begeleider of het bestuur. Op 9 procent van de scholen ligt de regie bij het schoolbestuur en bij slechts 1 procent bij de intern begeleider.

Het is door het structurele personeelstekort en de wisselende afwezigheid van leerkrachten en leerlingen vanwege corona extra druk op scholen. Door corona waren schoolleiders afgelopen maanden veel bezig met het inrichten van regulier onderwijs, afstandsonderwijs en van vervanging voor afwezige leraren. 

Is het bedrag voldoende om het onderwijs structureel te verbeteren?

Zo’n 85 procent van de schoolleiders denkt aan het bedrag voldoende te hebben om de achterstanden in te kunnen lopen. Toch zouden scholen het liefst zien dat er ook structurele gelden komen voor het onderwijs. “We zien dat de kwaliteit van onderwijs al een aantal jaren terugloopt. Veel heeft te maken met het personeelstekort. Er is een tekort aan leraren en procentueel nog groter aan schoolleiders, terwijl die positie zo cruciaal is,” aldus Van Haren. “De uitstroom is te groot en de instroom te klein, terwijl het zo een fantastisch vak is en de kwaliteit van onderwijs de toekomst van ons land bepaalt. Het structureel verbeteren van ons onderwijs, dat los je uiteindelijk alleen op met structurele plannen en investeringen, meer waardering en minder werkdruk.”   

Bron: AVS

Klik op de afbeelding om te downloaden

Zo blijven je docenten een team – zelfs als ze thuiswerken

Zo blijven je docenten een team – zelfs als ze thuiswerken

Een korte vraag over een toets bij de koffieautomaat, even bij elkaar binnenlopen over een praktijkopdracht, snel contact op de gang over een leerling: zulke momenten bepalen óók de kwaliteit en het plezier van het onderwijs. Met een goed intranet maak je die momenten ook mogelijk als docenten elkaar niet zien. Of dat nou is omdat ze in een lockdown zitten, omdat ze ziek zijn, of omdat ze parttime werken. Vier tips die ook waarde hebben ná corona:

1)       Zorg dat iedereen er zoveel mogelijk kan regelen

Niemand komt naar je intranet omdat dat er nou eenmaal is. De beste manier om mensen naar je intranet te krijgen, is door te zorgen dat ze er echt iets kúnnen. Verlof regelen bijvoorbeeld. Roosters bekijken. Leerlinginformatie [JH1] opzoeken. Of het curriculum raadplegen. Een link met je erp is vaak goud waard: hoe meer administratieve zaken je medewerkers zelf kunnen regelen op intranet, hoe vaker ze terug zullen komen. En hoe sterker je intranet ook wordt als communicatiekanaal. Bovendien: alles wat mensen online zelf kunnen regelen, scheelt leidinggevenden weer werk.

2)      Zorg dat het er écht goed uitziet

Veel intranet-omgevingen zien er uit alsof ze in de loop van jaren bij elkaar geïmproviseerd zijn. Vaak omdat dat ook precies is hoe het gegaan is. Dan vind je hier een knop, daar een menu, en nergens inspirerend beeld. Hooguit zie je van alle medewerkers een pasfoto uit het jaar nul. Dat is zonde. Want een intranet dat goed ontworpen is, is veel functioneler én aantrekkelijker. En alleen daardoor al veel effectiever als hulp- en nieuwsbron en ontmoetingsplaats.

3)      Zorg voor supercontent

De écht gave dingen vinden hun weg vaak wel. Filmpjes van excursies, belangrijk persoonlijk nieuws of bijzondere goede lesstof wordt vaak makkelijk gedeeld. Via de mail, via facebook of via WhatsApp. Maar dat hangt van toeval aan elkaar. Peil daarom eens serieus waar je medewerkers behoefte aan hebben. En maak mensen vrij om juist die content te maken. Op je intranet blijft het staan zolang je wilt – en kan íedereen erbij.

4)      En vooral: zorg voor ruimte om te delen
Een echt team draait om delen. Informatie die de organisatie deelt met alle medewerkers, bijvoorbeeld. Via je intranet is het eenvoudig om snel nieuwe collega’s voor te stellen, veranderende plannen te communiceren of gemaakte afspraken te bevestigen. Nog belangrijker is de wat medewerkers delen met elkaar en met de organisatie. Het zijn hún kennis, ervaringen, nieuws en vragen die ervoor zorgen dat je intranet meerwaarde voor hen heeft. Zorg dus dat daar laagdrempelig ruimte voor is. En dat het zichtbaar is.

 

Bron: AFAS software