Cao-akkoord voor primair onderwijs 2021

Cao-akkoord voor primair onderwijs 2021

De PO-Raad en de vakbonden hebben op 2 november 2021 het cao-akkoord voor primair onderwijs voor 2021 ondertekend. De achterbannen hebben ingestemd met het onderhandelaarsakkoord dat op 11 oktober was gesloten. 

Met het cao-akkoord 2021 stijgt het loon voor alle medewerkers in het primair onderwijs vanaf januari 2021 met terugwerkende kracht met 2,25%. In december 2021 wordt de eindejaarsuitkering éénmalig verhoogd van 6,3% naar 6,5%. Over de 500 miljoen die het demissionaire kabinet recent beschikbaar heeft gesteld voor de verbetering van salarissen in het primair onderwijs maken de PO-Raad en onderwijsvakbonden afspraken in de cao voor 2022. 

De achterban van de PO-Raad kon tot en met 25 oktober 2021 zijn stem uitbrengen over het onderhandelaarsakkoord. Ruim 70% van de stemmen van de schoolbesturen zijn uitgebracht. Een ruime meerderheid daarvan heeft ingestemd met het akkoord. Volgens de statuten van de PO-Raad is een cao-akkoord aangenomen als twee derde van de uitgebrachte stemmen voor het akkoord is. Dit is ruimschoots het geval.  

 

Bron: PO-raad

Extra middelen arbeidsmarkttoelage voor personeel

Extra middelen arbeidsmarkttoelage voor personeel

Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO gepubliceerd.

Op 25 oktober 2021 heeft minister Slob de Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO gepubliceerd. Deze regeling gaat specifiek over de extra middelen die beschikbaar worden gesteld voor de arbeidsmarkttoelage.

Onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs is een arbeidsmarkttoelage voor personeel. Het kabinet heeft voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 in totaal 375 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het toekennen van deze toelagen. Deze regeling is specifiek gericht op dat deel van de vestigingen in het primair en voortgezet onderwijs met het grootste risico op onderwijsachterstanden. Deze regeling geldt voor schooljaar 2021-2022.

De bekostiging voor de inzet van de arbeidsmarkttoelage is gericht op personeel op vestigingen met relatief de meeste leerlingen met een risico op onderwijsachterstanden. Het doel van de regeling is om op die wijze het herstel van kansengelijkheid te bevorderen. Al het personeel werkzaam op die vestigingen (leraren, schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel) komt in aanmerking voor een toelage. Hiermee wordt volgens de minister in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs recht gedaan aan de verschillen in de mate waarin het lerarentekort het laten inlopen van opgelopen leervertraging bemoeilijkt.

Over de precieze inzet en verdeling van de voor arbeidsmarkttoelagen beschikbare middelen, worden op vestigingsniveau, tussen het bevoegd gezag en het personeelsdeel medezeggenschapsraad P(G)MR, afspraken gemaakt.

In de regeling worden voorbeelden gegeven hoe de extra gelden zouden kunnen worden verdeeld.

De Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO is hieronder te downloaden.

 

Bron: AVS 

Let op: aanpassing cao door wijziging minimumloon

Let op: aanpassing cao door wijziging minimumloon

Het minimumloon is met ingang van 1 juli 2021 verhoogd naar € 1.701,00 Voor de CAO VO 2020 heeft de wijziging uitsluitend gevolg voor salaristabel 9 C: in- en doorstroombanen. Er zijn erg weinig mensen in het vo die het minimumloon verdienen.

De afspraak van de cao-partners is (nu en in de toekomst) om AT-2 te berekenen door te middelen tussen AT-1 en het salarisnummer 1.

Het minimumloon wordt per 1 juli 2021 € 1.701,00
Salarisnummer 1 van tabel 9 is per 1 juli 2021 € 1.756,00
At-1 wordt daarmee per 1 juli 2021 € 1.701,00 + € 26,86 (inkomenstoeslag) = € 1.727,86.
At-2 wordt dan per 1 juli 2021: (1.727,86 + 1.756,00)/2 = € 1.741,93.

Bron: VO-raad

 

 

Klik op de afbeelding om te downloaden

Handreiking informatie-uitwisseling tussen kinderopvang en primair onderwijs

Handreiking informatie-uitwisseling tussen kinderopvang en primair onderwijs

Een goede informatieoverdracht tussen de kinderopvang en het primair onderwijs is essentieel voor de kwaliteit van de doorlopende ontwikkellijn van kinderen. Maar welke gegevens mogen scholen en kinderopvang onderling met elkaar delen volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)? En aan welke eisen moet deze gegevensuitwisseling voldoen? Om kinderopvangorganisaties en besturen in het primair onderwijs te ondersteunen heeft Kennisnet een handreiking ontwikkeld in opdracht van het ministerie van OCW en SZW.

De handreiking biedt handvatten om, conform de eisen van de AVG, afspraken te maken tussen kinderopvang en het basisonderwijs. De hoofdstukken behandelen het doel van de informatieoverdracht, welke informatie noodzakelijk is om dat doel te bereiken, de wettelijke grondslag, de informatie aan ouders over de gegevensoverdracht en tips voor een veilige informatieoverdracht.

Zie onderstaande link voor de handreiking.

Handreiking AVG en informatieoverdracht en -uitwisseling tussen kinderopvang en basisonderwijs

Bron: AVS

De Talent en Motivatie Analyse (TMA), een Zwitsers zakmes voor al je duurzame inzetbaarheidsvraagstukken

De Talent en Motivatie Analyse (TMA), een Zwitsers zakmes voor al je duurzame inzetbaarheidsvraagstukken

In theorie is het heel simpel. Iedere organisatie – bedrijf, ziekenhuis of school, maakt niet uit – presteert beter als haar management erin slaagt om talent te vinden, te ontwikkelen en te behouden.                                                                                                                               

Maar de praktijk is natuurlijk weerbarstiger.  

Omdat we steeds langer moeten doorwerken blijft de gemiddelde leeftijd van leerkrachten en docenten maar stijgen. Door allerlei ontwikkelingen stijgt ook de werkdruk en het ziekteverzuim nog steeds én als klap op de vuurpijl wordt het aantal mensen dat voor de klas wil staan steeds lager.

 Én wat krijg je als leidinggevende in het onderwijs dan te horen van Den Haag? Je moet zorgen dat je werknemers duurzaam inzetbaar zijn en dan volgen er een partij buzz woorden waar je niets mee kan.

 Je werknemers moeten wendbaar, gemotiveerd en veerkrachtig zijn… Ga dat maar eens voorleggen aan iemand van 48 die al 25 jaar voor de klas staat, mantelzorg verleent, oppast op de kleinkinderen en al dan niet terecht gek wordt van alles wat zo nodig continue moet veranderen. Ze zien je aankomen!

 Sterker nog, je loopt het risico dat je medewerkers boos worden omdat je – ongewild en onbewust – insinueert dat ze het nu niet goed doen. Hoe zou je het zelf vinden als je leidinggevende tegen je zou zeggen dat je meer wendbaar, gemotiveerd en veerkrachtig moest worden?

 Maar wat dan? Als je niets doet worden je problemen met het vinden, behouden en ontwikkelen van de juiste mensen alleen maar groter.

 Wij hebben – door schade en schande – geleerd dat mensen niet te horen willen krijgen waar ze niet goed in zijn. Dat levert alleen maar meer stress op. Waarmee je dus het tegenovergestelde bereikt van wat je wilt. 

 Mensen willen positief benaderd worden. Mensen willen gewaardeerd worden voor waar ze goed in zijn. Dat is namelijk waar ze energie van krijgen. 

 Wij helpen scholen om zicht te krijgen op de talenten, drijfveren en motivatie van hun leerkrachten en leidinggevenden. Want begrijpen waar je goed in bent en waar je toegevoegde waarde kunt leveren geeft veerkracht.  

 Wij gebruiken daarvoor de Talent en Motivatie Analyse (TMA). De TMA is een wetenschappelijk onderbouwd diagnostisch instrument voor talenten- en competentieonderzoek. Het biedt een basis voor coaching, persoonlijke en teamontwikkeling.

 Met de TMA worden 22 drijfveren en 44 talenten in kaart gebracht. De TMA kijkt naar gedragskenmerken zoals eigenwaarde, sociale empathie, motivatie, ambitie en uitdaging. De TMA brengt talenten, motieven en competenties in beeld. Uniek aan deze methode is dat we een relatie leggen tussen de drijfveren en talenten en de ontwikkelbaarheid van 48 van de 53 onderkende competenties. 

 Het TMA maakt een onderverdeling in 6 talentengebieden:

·        emotionele balans

·        motivatie

·        sociale talenten

·        beïnvloedende talenten

·        leidinggevende talenten 

·        organisatorische talenten 

 De talentgebieden bieden een perfecte leidraad voor een gesprek over de inzetbaarheid van je medewerker. Als je eenmaal weet waar iemands unieke talenten liggen, dan kun je ook veel beter gebruik maken van deze talenten binnen de school. Medewerker happy én school happy.

 Een TMA-traject omvat:

·        de online professionele en uitgebreide TMA analyse.

·        een persoonlijk gesprek met een concreet advies waar de talenten, competenties en ideale werkomgeving van de medewerker zich bevinden.

·        een persoonlijk rapport met de resultaten van de analyse inclusief achtergrondinformatie. 

De resultaten van de analyse kunnen vervolgens op allerlei manieren worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan (team) coaching, pop-gesprekken en taakbeleid. TMA biedt instrumenten om op alle niveaus van de organisatie het gesprek te voeren over inzet van talenten én maakt het mogelijk om de competenties van jouw mensen professioneel te organiseren. Een Zwitsers zakmes dus!

Bron: Kiem Institute

Het personeelsbeleid in het VO is strategischer geworden

Het personeelsbeleid in het VO is strategischer geworden

Het strategisch personeelsbeleid (HRM) in het voortgezet onderwijs is strategischer geworden. Het personeelsbeleid op onderwijskundige doelen is afgelopen jaren verbeterd. Aandacht voor de implementatie van personeelsbeleid door schoolleiders en oog voor de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders blijven onverminderd belangrijk.

Uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht blijkt dat de afstemming van strategisch personeelsbeleid op externe ontwikkelingen goed is. Ook de afstemming op onderwijskundige doelen is ruim voldoende en verbeterd ten opzichte van 2018. Het personeelsbeleid biedt volgens besturen ruim voldoende ondersteuning aan de professionele ontwikkeling van leraren en schoolleiders, al laat het onderwijs tegelijk ook zien dat er gemiddeld genomen minder steun wordt geboden aan het ontwikkelperspectief van leraren dan in 2018.

Vergelijkbaar met de eerste meting, is de ondersteuning voor professionele ontwikkeling in verhouding minder gericht op de doorgroei naar een andere of hogere functie. Ten opzichte van 2018 beoordelen besturen de kwaliteit van de implementatie van personeelsbeleid en leiderschap van schoolleiders onveranderd als goed. Duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders staat onverminderd onder druk, gelet op de aanwezige arbeidsrisico’s en de daarop gerichte beleidsmaatregelen.

Lees hier het rapport strategisch personeelsbeleid in het VO (2020)

Bron: VO-raad