De regeling subsidie voor een tweede lerarenopleiding is aangepast.

De regeling subsidie voor een tweede lerarenopleiding is aangepast.

Bevoegde leraren die een tweede lerarenopleiding willen doen kunnen hiervoor subsidie aanvragen. De subsidieregeling wordt aangepast, zodat het ook mogelijk is om voor een tweede studiejaar van een lerarenopleiding subsidie aan te vragen.

Het doel hiervan is het volgen van een tweede lerarenopleiding nog aantrekkelijker te maken en leraren een stimulans te geven in het onderwijs te (blijven) werken. Leraren kunnen via deze weg bijvoorbeeld een tweede bevoegdheid in een tekortvak halen.

De subsidieregeling tweede lerarenopleiding is met ingang van 1 oktober 2020 in werking getreden. De subsidieregeling heeft als doel het voor leraren financieel aantrekkelijk te maken om een tweede lerarenopleiding te volgen die opleidt tot een bevoegdheid en waarvoor (het hogere) instellingscollegegeld moet worden betaald.

Inmiddels – één jaar na de inwerkingtreding van de subsidieregeling – is er meer bekend over het aantal aanvragen en het gemiddelde bedrag aan instellingscollegegeld dat de aanvragers moeten betalen. Door de hoogte van het subsidiebedrag te wijzigen en mogelijk te maken dat ook voor een tweede studiejaar subsidie wordt aangevraagd, zal de tegemoetkoming beter passen bij de hoogte van het gemiddelde en modale instellingscollegegeldtarief en is de tegemoetkoming waarschijnlijk passender en doelmatiger.

 

Bron: VO-raad

Aanvraag verbetering ventilatie op scholen: extra mogelijkheden

Aanvraag verbetering ventilatie op scholen: extra mogelijkheden

De Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) is op 3 september 2021 heropend voor nieuwe aanvragen voor de verbetering van de ventilatie op scholen.

In diverse overleggen werd al eerder aangegeven dat nog in 2021 een bedrag van 100 miljoen euro beschikbaar zou worden gesteld voor de verbetering van de ventilatie op scholen. Het betreft geen extra gelden, maar een verschuiving in het budget van 360 miljoen euro, dat voor de jaren 2021 tot en met 2023 is uitgetrokken.

Het geld zal voor twee doelen worden ingezet. In de eerste plaats het alsnog honoreren van aanvragen uit de eerste ronde van de ventilatieregeling, waarbij projecten voor noodzakelijke en energiezuinige verbeteringen in bestaande gebouwen subsidie konden krijgen. Hiervoor hoeft verder geen actie te worden ondernomen.

In de tweede plaats kunnen nieuwe aanvragen bij SUVIS worden ingediend. Dit kan van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022. De gemeente vraagt deze eenmalige uitkering per project aan, één project per aanvraag. Een project betreft één of meerdere schoolgebouwen op dezelfde locatie. Het aantal aanvragen dat mag worden ingediend is onbeperkt. De gemeente krijgt maximaal 30 procent van de totale kosten en in totaal maximaal 1 miljoen euro per aanvraag.

Bron: AVS

Extra geld voor behoud goed onderwijs in krimpregio’s

Extra geld voor behoud goed onderwijs in krimpregio’s

Demissionair minister Slob trekt ruim 22 miljoen euro uit om ervoor te zorgen dat leerlingen in zogenoemde krimpregio’s goed onderwijs blijven krijgen en in de buurt naar een middelbare school kunnen gaan. Schoolbesturen in bijna 40 regio’s krijgen subsidie om dit in hun omgeving gezamenlijk te organiseren, zo maakte hij dinsdag bekend.

Minder leerlingen

Sinds het begin van de eeuw zijn er steeds minder kinderen geboren en daalt dus ook het aantal leerlingen. Daardoor staat het onderwijs in diverse regio’s onder druk. In het voortgezet onderwijs neemt het aantal leerlingen de komende jaren op veel plaatsen af met 10 tot 30 procent. Minister Slob: ,,Het is dan ook noodzakelijk dat schoolbesturen en hun scholen niet concurreren om de leerling maar samenwerken om de krimp op te vangen. Zo voorkomen we dat middelbare scholen in krimpgebieden zomaar omvallen en de kwaliteit van onderwijs wordt aangetast. Alle leerlingen verdienen goed onderwijs op een redelijke afstand van huis, waar je ook woont.’’

Plannen

Om in aanmerking te komen voor de subsidie, moesten de schoolbesturen samen plannen indienen hoe ze de komende vijf jaar in hun omgeving willen inspelen op deze dalende leerlingenaantallen. Een onafhankelijke commissie heeft de plannen beoordeeld. Op basis van de adviezen van deze commissie heeft de minister 38 aanvragen toegekend. Enkele voorbeelden van plannen zijn:

·        Zuid-West Fryslân gaat een virtuele campus inrichten waar leerlingen van diverse scholen samen vakken kunnen volgen die vanwege bijvoorbeeld een beperkte interesse niet op afzonderlijke scholen kunnen worden gegeven.

·        In Epe en Heerde willen openbaar en christelijk onderwijs nauw samenwerken, zowel bij het geven van lessen als op het gebied van personeel, schoolgebouwen en administratie.

·        In Maastricht werken vrijwel alle middelbare scholen en hun besturen samen bij het opnieuw vormgeven van het onderwijsaanbod in hun regio. Zij bepalen samen welke locaties blijven bestaan, waar nieuwe gebouwen worden neergezet en welke lessen waar worden aangeboden.

Samenwerken

De schoolbesturen gaan hun plannen nu in samenspraak met hun medezeggenschapsraden verder uitwerken. Minister Slob onderstreept daarbij het belang dat schoolbesturen ook samenwerken met schoolbesturen in aangrenzende regio’s en met bijvoorbeeld gemeenten. Volgens de commissie zit dat nog weinig in de plannen besloten. 

Elf aanvragen voor subsidie zijn daarnaast afgewezen. Minister Slob onderzoekt nog hoe hij die regio’s alsnog kan ondersteunen.

 

Bron: Ministerie van OCW

Vraag subsidie aan voor activiteiten rondom gezonde voeding

Vraag subsidie aan voor activiteiten rondom gezonde voeding

Voor scholen (po, so, vo en mbo) is opnieuw subsidie beschikbaar om hun leerlingen in aanraking te laten komen met gezonde en duurzame voeding. Tot en met 30 september kunnen ze vanuit de stimuleringsregeling ‘Jong Leren Eten’ een financiële bijdrage krijgen voor drie activiteiten: moestuinieren, koken of een excursie of gastles op het gebied van voeding.

Doel is om kinderen en jongeren zo op een praktische manier gezonde en duurzame voedingskeuzes te leren maken, wat bijdraagt aan hun gezondheid. 

Per schoollocatie is een bedrag van maximaal 2000 euro beschikbaar. Meer informatie over de regeling is te vinden op de website van jonglereneten.nl. Hier vindt je ook een overzicht van de activiteiten rond voedseleducatie in jouw regio en inspiratieverhalen

Vraag per 1 september de subsidie Jong leren eten aan.

In de factsheet Evaluatie Jong Leren Eten leest u op hoofdlijnen de resultaten van de regeling in de eerste subsidieronde in het schooljaar 2018-2019.

Bron: VO-raad

Uitwerking arbeidsmarkttoelage achterstandsscholen bekend

Uitwerking arbeidsmarkttoelage achterstandsscholen bekend

Op 24 augustus 2021 hebben schoolorganisaties met vestigingen met veel achterstandsproblematiek een brief ontvangen van het ministerie van OCW over extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelagen voor onderwijspersoneel. De brief van minister Slob bevat ook de verwijzing naar de website waarop de in aanmerking komende vestigingen staan, inclusief een informatietool waaruit blijkt om welk bedrag aan bekostiging het gaat.

De brief volgt op het voor de zomer genomen besluit om voor de komende twee schooljaren in totaal 375 miljoen euro beschikbaar te stellen voor specifieke arbeidsmarkttoelagen in het primair en voortgezet onderwijs. Het kabinet beoogt hiermee om, zoals de minister dat noemt, ‘scholen met een uitdagende leerlingpopulatie’ beter in staat te stellen goede medewerkers te behouden en aan te trekken. Volgens de berekeningen van OCW is het mogelijk om gemiddeld een arbeidsmarkttoelage van 8% toe te kennen met een minimum van 5%.

Het kabinetsbesluit betreft een eenmalige investering voor de duur van twee jaar voor een beperkt aantal scholen (ongeveer 15%). Eerder hebben VO-raad, PO-Raad en vakbonden hier bezwaren tegen gemaakt. Met als belangrijkste argument dat de geschetste (arbeidsmarkt)problematiek structureel van aard is en zich uitstrekt over de gehele sector. Daarom zijn structurele en generieke investeringen nodig.

Voor het toekennen van arbeidsmarktoelagen zijn afspraken nodig met de PMR. Toen OCW aangaf dat zij ondanks onze bezwaren, zouden doorgaan met deze regeling, hebben PO-Raad en VO-raad hiervoor een richtlijn opgesteld. De richtlijn is vooral bedoeld als praktisch hulpmiddel om deze afspraken op het niveau van school of schoolbestuur met de medezeggenschapsorganen te maken.

Bekijk de richtlijn van de PO-raad en VO-raad.

Bron: VO-raad 

Schoolleiders positief over het NP Onderwijs, maar gevaar voor arbitraire keuzes

Welke wet- en regelgeving verandert er in het nieuwe schooljaar?

De meerderheid van de schoolleiders vindt dat zij – in de relatief korte periode die zij daarvoor hebben – goede keuzes kunnen maken voor welke interventies zij kiezen om achterstanden van leerlingen weg te werken. Ruim een derde geeft aan dat zij (onder de tijdsdruk die zij ervaren) keuzes maken voor interventies die achteraf bezien mogelijk niet de juiste blijken te zijn of zelfs arbitrair/willekeurig zijn. Dat blijkt uit een representatief onderzoek uitgevoerd door DUO Onderwijsonderzoek & Advies dat in de periode 9 juni tot 14 juni 2021 is verricht onder 426 schoolleiders primair onderwijs.

Hoewel schoolleiders in het primair onderwijs positief zijn over het NP Onderwijs, vrezen veel schoolleiders wel dat het Nationaal Programma Onderwijs ‘een eenmalige investering is’ en niet leidt tot een structurele investering in het primair onderwijs. De meerderheid van de schoolleiders (68 procent) is positief over het NP Onderwijs. De groep die uitgesproken negatief is over het NP Onderwijs is relatief klein (6 procent).

De ‘reserve’ die schoolleiders aangeven gaan over drie punten: het niet structureel/duurzaam zijn van de investeringen in het primair onderwijs, de tijds- en werkdruk die het NP Onderwijs met zich meebrengt voor de school (er moet ‘snel en veel gebeuren’) en de bureaucratie (veel administratie en regels) rondom het NP Onderwijs.

Pittige planning met risico’s

Een relatief kleine groep schoolleiders (5 procent) geeft aan dat de planning van het ministerie goed haalbaar is en dat ze in staat zijn om goed overwogen/uitgebalanceerde keuzes te maken over wat zij wel en niet gaan doen om de achterstanden bij leerlingen weg te werken.

De meerderheid van de schoolleiders geeft aan de planning pittig (81 procent) of zelfs onhaalbaar (10 procent) te vinden. Ruim de helft van de schoolleiders (54 procent) vindt de planning van het ministerie ‘pittig’, maar geeft desondanks aan te verwachten dat zij goede/redelijk overwogen keuzes maken.

Ruim een kwart van de schoolleiders (27 procent) geeft aan de planning ‘pittig’ te vinden én geeft bovendien aan dat de keuzes die zij nu (onder tijdsdruk) maken achteraf bezien mogelijk niet de juiste zouden kunnen zijn. De groep schoolleiders (10 procent) die aangeeft dat de planning ‘onhaalbaar’ is, geeft bovendien aan dat de keuzes die zij nu maken (redelijk) arbitrair/willekeurig zijn.

Keuze interventies

Schoolleiders gaan vooral kiezen voor de volgende interventies: 1) Instructie in kleine groepen (les van één leerkracht aan groepjes van twee tot vijf leerlingen), 2) Professionalisering van leerkrachten om de interventies te kunnen uitvoeren en 3) Een-op-een begeleiding (intensieve individuele begeleiding van de leerlingen door de leerkracht) en 4) Interventies gericht op het welbevinden van leerlingen (verschillende interventies voor mentaal, emotioneel, gedragsmatig, lichamelijk en sociaal welzijn).

Voor de volgende interventies wordt niet of nauwelijks gekozen: 1) Verlenging van het schooljaar voor alle leerlingen, 2) Verlenging van de schooldag voor alle leerlingen en 3) Zomer- of lentescholen.

Bron: AVS